Waterschappen willen haast met aanpak rivierkreeften |
|
|
|
|
 |
| 91 sec |
Landelijke regie en financiering ontbreken, terwijl onderzoek laat zien dat alleen wegvangen niet werkt
Uitheemse rivierkreeften vormen een groeiend probleem voor de waterkwaliteit en natuur in Nederland. De Unie van Waterschappen roept het Rijk op om snel met een landelijke aanpak te komen. Ondertussen zoeken regionale waterbeheerders zelf naar oplossingen. Zo onderzoekt Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden of een combinatie van natuurvriendelijke oevers en het wegvangen van kreeften wél werkt.
| Beeld ter illustratie, gegenereerd met AI |
De Amerikaanse rivierkreeft richt schade aan door waterplanten op te eten en de bodem en oevers om te woelen. Hierdoor wordt het water troebel, verdwijnen waterplanten en verslechtert de waterkwaliteit. Dat maakt het voor waterschappen moeilijker om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen. Volgens de waterschappen is landelijke regie nodig om de populaties terug te brengen tot een beheersbaar niveau.
Wie betaalt de aanpak?
Het Rijk is volgens de Europese Exotenverordening verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen, maar legt de uitvoering en kosten grotendeels bij regionale waterbeheerders neer. De waterschappen vinden dat niet redelijk. Zij willen duidelijke afspraken over bevoegdheden, verantwoordelijkheden en een gezamenlijke financiering door Rijk, provincies en waterschappen. Ook pleiten ze voor meer aandacht voor preventie. In gebieden waar nog weinig rivierkreeften voorkomen, kan snel ingrijpen verdere verspreiding voorkomen. De waterschappen willen daarom meer onderzoek, vroegtijdige opsporing en landelijke coördinatie.
|
|
De waterschappen willen landelijke regie en gezamenlijke financiering
| |
|
Veel vangen, geen kreeft minder
Hoe lastig de bestrijding is, blijkt uit onderzoek van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. In de Slimmenwetering bij Zegveld werden vier jaar lang op grote schaal rivierkreeften gevangen. Ondanks die inspanningen nam de populatie niet af. Het hoogheemraadschap start daarom een nieuwe proef waarbij het wegvangen wordt gecombineerd met natuurvriendelijke en robuuste oevers. De resultaten worden vergeleken met sloten waar geen maatregelen plaatsvinden. Het daadwerkelijk vangen begint in 2027. Daarnaast wordt in onder meer de Kromme Rijn, de Grecht en kleinere sloten onderzocht welke kreeftensoorten voorkomen en in welke aantallen.
|
|
Vier jaar intensief kreeften vangen leidde niet tot een kleinere populatie
| |
|
Natuurvriendelijke oevers als onderdeel van de oplossing
De Stichtse Rijnlanden kiest voorlopig niet voor grootschalige vangacties. Die zijn duur, kunnen leiden tot ongewenste bijvangst en bieden volgens eerder onderzoek onvoldoende resultaat op de lange termijn. Het hoogheemraadschap richt zich daarom vooral op een sterker watersysteem, dat beter bestand is tegen de schade door rivierkreeften. Met subsidie van het Rijk wordt ook bij Zegveld verder geëxperimenteerd met intensiever vangen in een groter gebied, gecombineerd met maatregelen zoals baggeren.
|
|
Alleen kreeften wegvangen lijkt onvoldoende om de populatie blijvend terug te dringen
| |
|
De brief aan het kabinet over de aanpak van uitheemse rivierkreeften wordt naar verwachting pas eind dit jaar in de Tweede Kamer besproken. Tot die tijd blijft de vraag hoe ver waterschappen zelf kunnen en moeten gaan. En welke rol kunnen gemeenten en groenbeheerders spelen bij het natuurvriendelijk inrichten en beheren van oevers?
| Hoogheemraadschap De Stic... | |
| |
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|