Nieuwe veldgids laat zien: wie slootverschillen herkent, kan gerichter beheer uitvoeren |
|
|
|
|
 |
| 253 sec |
Bruikbare houvast voor beter beheer, maar misschien soms nog niet concreet genoeg
Een sloot is zelden zomaar een sloot. De nieuwe veldgids voor ecologisch slootbeheer laat zien hoe groot de invloed is van maaifrequentie, machinekeuze en bodemtype. De gids biedt vooral praktische houvast, inclusief "wat-als"-situaties en voorbeelden van wat er mis kan gaan. Maar in de praktijk botsen ecologie, waterafvoer en veiligheid nog geregeld. De vraag is dan ook: hoe uitvoerbaar zijn de adviezen voor beheerders en machinisten, die dagelijks met deze keuzes te maken hebben?
| Cover van de nieuwe Veldgids Ecologisch Slootbeheer |
Edwin Dijkhuis van Floron is één van de auteurs van het nieuwe boekje: 'We hebben het boekje met z'n drieën geschreven: Anthonie Stip (De Vlinderstichting), Jelger Herder (Ravon) en ik, maar er zat ook een begeleidingsgroep bij. Waterschappen, de provincie Noord-Holland, het agrarisch collectief en wij als soortorganisaties — alle perspectieven zitten erin.' Ook worden gegevens uit de Nationale Databank Flora Fauna (NDFF) en de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) systematiek gebruikt.
Praktijk voorop
De gids heeft praktische toepasbaarheid voorop staan. Dijkhuis: 'Het moest vooral toepasbaar zijn. We wilden beheerders echt handvatten geven voor wat ze in het veld tegenkomen.' Daarom bevat de gids percentages voor gefaseerd maaien, aanwijzingen voor machines en tips om fauna te sparen. Ook zijn veelvoorkomende probleemsituaties opgenomen. 'Daarom hebben we ook "wat als"-situaties toegevoegd. Dan heb je meteen een richting.' Het boek benoemt ook wat er mis kan gaan, zoals sloten die in één keer volledig worden leeggeharkt. Dijkhuis: 'Dan ben je in één klap alle schuilgelegenheid voor vissen en macrofauna kwijt. Het zijn namelijk niet alleen de gevoelige soorten die hier last van hebben. Dat wilden we echt doorbreken.'
Bodem bepaalt beheer
De gids laat zien hoezeer slootbeheer verschilt per bodemtype. 'Je kunt aan de vegetatie al zien wat voor sloot je hebt', zegt Dijkhuis. 'Daar koppelen we meteen het beheer aan: hoe vaak je moet maaien, hoe je moet maaien en welke machine daarbij past.' Voor beschermde soorten is maatwerk nodig. 'Voor de meeste soorten is de in de veldgids beschreven generieke aanpak geschikt, maar sommige soorten vragen net een ander maaitijdstip of minder maaien.' Bij machines is de boodschap duidelijk: 'De klepelmaaier is eigenlijk een grote gehaktmolen. Alle fauna die erin komt, heeft geen enkele kans om te overleven.'
 | | Edwin Dijkhuis |
|
|
 | | Anthonie Stip (beeld: Kim Huskens, De Vlinderstichting) |
|
|
 | | Jelger Herder |
|
|
Ecologie en waterafvoer botsen soms
Het ecologische advies in de gids gaat soms verder dan wat er in de leggers van het waterschap staat voorgeschreven over waterafvoer. Het uitgangspunt bij het schrijven van de veldgids was de vraag welk beheer het beste is voor de biodiversiteit. 'Daar waren regelmatig discussies over, aldus Dijkhuis.' Bij dergelijke adviezen staat daarom een verwijzing naar de legger. 'Wat je kunt aanpassen in het beheer hangt altijd af van de ruimte voor waterafvoer. Dat blijft een harde grens.' In de praktijk spelen ook keuzes rond kosten en veiligheid mee. 'Waar extensiever wordt beheerd om te besparen, slaan struiken en bomen op. Dan heb je die klepelmaaier weer nodig en kom je in een spagaat.'
Machinekeuze bepaalt schade
De manier van maaien bepaalt in hoge mate de schade aan flora en fauna. 'We hebben aangegeven wat de percentages zijn, wanneer je het beste kunt maaien en met welke machine de minste schade wordt aangericht.' Niet elke techniek werkt overal. 'In het veenweidegebied heb je een heel laag talud. Daar kun je met een bandhark goed uit de voeten. Maar op een steil talud van een paar meter blijft het maaisel deels op het talud liggen. Niet elke machine is overal inzetbaar.'
Organisatie blijft buiten beeld
De gids behandelt de uitvoering en techniek, maar niet de organisatorische kant. Dijkhuis: 'We hebben echt een praktische veldgids gemaakt. Financiële en organisatorische keuzes hebben we niet uitgewerkt, mede vanwege de beperkte omvang van het boekje.' Hij wijst wel op knelpunten die raken aan de uitvoering: 'Nu blijft maaisel vaak op de kant liggen. Dat leidt tot verruiging en een zachtere oever. Dat is lastig en soms gevaarlijk voor mensen die het beheer moeten uitvoeren.'
Geen sloot is hetzelfde
De veldgids geeft per gebied en type sloot aan wat mogelijk is. 'Het is toepasbaar in heel Nederland', zegt Dijkhuis. 'Maar sommige soorten en situaties hebben we apart uitgewerkt. Dat is maatwerk.' Ook monitoring krijgt aandacht. 'Met de Oeverindex kun je laagdrempelig oevervegetaties volgen. Als de vegetatie verandert of verruigt, kun je je beheer bijsturen. Ons uitgangspunt is het behoud van soorten; dat is waar wij voor staan. In de begeleidingsgroep was voldoende tegenwicht van waterschappen en het agrarisch collectief.'
Knelpunten machinepraktijk
Maar hoe goed sluiten de beschreven beheermaatregelen aan bij de dagelijkse praktijk van waterschappen, loonwerkers en terreinbeheerders? Erik Punt, directeur bij De Eijk Groep: 'Wij spelen van nature in op de behoefte aan ecologisch beheer en volgen graag de laatste stand der techniek. Dit doen we samen met Wim van Breda, onze leverancier van gespecialiseerde werktuigen voor het onderhouden van wegen, wegbermen en sloten.' Volgens Gerrit Wieberdink, verkoopadviseur bij Wim van Breda, is de gids bruikbaar, maar niet altijd concreet genoeg voor de mensen die ermee moeten werken: 'Voor machinisten mag het duidelijker, zeker als het gaat om veiligheid. Dat punt komt in de praktijk steeds terug. Het veiligheidsaspect wordt vaak onderschat, terwijl het overal bij komt kijken.'
 | | Gerrit Wieberdink |
|
|
 | | Dick van Breda |
|
|
Klepelverbod
Ook de nieuwe gedragscode van de waterschappen zorgt voor onduidelijkheid. Het algemene verbod op klepelen heeft volgens Dick van Breda, directeur bij Wim van Breda, veel impact: 'Dat heeft grote gevolgen voor de werkwijze in verschillende gebieden. In de praktijk worden keuzes nu vaak op het gevoel gemaakt en naar eigen inzicht beoordeeld. Dan is het lastig om één richting te kiezen.' Daarnaast wijst Wieberdink erop dat de variatie tussen gebieden groot is, zelfs binnen één werkvak: 'Tussen het begin en het eind van een perceel kunnen al veel factoren verschillen. Je kunt niet zeggen: zo is het. Het blijft maatwerk.' Die variatie raakt ook aan de kosten en haalbaarheid: op papier kan iets uitvoerbaar zijn, maar financieel misschien niet.
Ten slotte ziet Van Breda dat regels en toezicht niet altijd op elkaar aansluiten: 'Er is één organisatie die controleert of je de gedragscode volgt en een andere organisatie die de veiligheid controleert. En die sluiten niet altijd op elkaar aan.'
Breder onderzoek naar maaimethoden nodig
Volgens Paul Hendriks van Waterschap Hunze en Aa's sluit de veldgids goed aan bij de habitatbenadering waar waterschappen al jaren mee werken, en die ook is gebruikt voor Kleurkeur Blauw. De discussie over maaimethoden, zoals klepelen, vindt hij breder dan alleen de directe schade aan fauna. 'De klepel is duidelijk schadelijk, maar andere machines vragen soms vaker maaien, wat opnieuw voor verstoring zorgt. Ook veiligheid, bodemtype en zwaar gewas spelen mee. Daarom willen waterschappen eerst goed onderzoek naar maaimachines, inclusief hoe en waar ze worden ingezet, wat er gebeurt met achtergebleven maaisel en hoe het de vegetatie verandert. Over dit onderzoek wordt binnenkort verder gesproken met alle soortenorganisaties.'
|
|
Zorg voor omstandigheden waarin soorten kunnen voorkomen, zonder dat elke soort of zelfs individu eerst moet worden opgespoord
| |
|
Beschermde soorten vragen om uitvoerbare aanpak
Hendriks vindt de veldgids helder en bruikbaar, maar wijst op een probleem bij beschermde soorten. 'In de praktijk zijn deze vaak lastig te vinden, terwijl de wet voorschrijft dat maatregelen afhangen van daadwerkelijke waarnemingen. Waterschappen pleiten daarom voor een meer generieke ecologische aanpak: zorg voor omstandigheden waarin soorten kunnen voorkomen, zonder dat elke soort of individu eerst moet worden opgespoord.' Dat is volgens hem een systeemvraagstuk. Hij verwacht dat nieuwe kennis de gids in de toekomst kan veranderen. 'De huidige versie is een goed begin', zegt hij, 'maar eventuele toekomstige aanpassingen moeten gezamenlijk gebeuren. De veldgids is een goede basis voor ecologisch onderhoud, maar de dagelijkse praktijk laat zien dat ecologische ambities pas werken als regels, veiligheid én uitvoerbaarheid beter op elkaar worden afgestemd.
 | | Paul Hendriks |
|
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|