Whatsapp Facebook LinkedIn Instagram RSS feed

Met zelf omgebouwde plantmachine brengt Jens Reeuwijk bloembollen machinaal in wildverband aan

ARTIKEL
TUIN- EN PARKTECHNIEK
Facebook Linkedin Whatsapp
Heleen Kommers, maandag 12 oktober 2026
187 sec


'Het was allemaal zo rechtlijnig. Dat moest toch anders kunnen?'

Een vraag van gemeente Schagen zette Jens Reeuwijk twee jaar geleden aan het denken. Kon hij bloembollen machinaal planten, maar dan zonder dat kenmerkende strakke patroon? Een paar vrijdagmiddagen sleutelen later stond er een machine waarmee de hoeveelheid bollen tijdens het rijden kan worden gevarieerd. Inmiddels duikt wildverband zelfs op in bestekken en zet Reeuwijk zijn machine in voor gemeenten en andere opdrachtgevers.

Jens Reeuwijk op zijn wildverbandplantmachine
Jens Reeuwijk op zijn wildverbandplantmachine

'Het is allemaal zo rechtlijnig aangelegd.' Die opmerking van een medewerker van gemeente Schagen was voor Jens Reeuwijk, eigenaar van Jens Reeuwijk Bloembollen B.V., genoeg om aan het denken te slaan. De gemeente wilde een natuurlijker beeld met bloembollen. 'Ik dacht meteen: niet bol voor bol, maar machinaal aangeplant.'
Reeuwijk deed de gemeente een voorstel. 'Ik zei: als ik iets bedenk waarmee we die bollen wat wilder kunnen aanplanten, mag ik dan bij jullie een project doen?' Het antwoord was ja. 'Nou, uitdaging geaccepteerd.'


'Je hebt plekken met nul, vijftig, 120 en driehonderd bollen. Zo krijg je vanzelf die plukken'

Vrijdagmiddag sleutelen

Daarna begon het experimenteren. Niet met een compleet nieuwe machine, maar met een bestaande machine die bollen onder het gras plant. Normaal gesproken wordt de toevoer mechanisch aangedreven, waardoor de bollen gelijkmatig worden verdeeld. Reeuwijk wilde juist tijdens het rijden kunnen bepalen hoeveel bollen de machine afgeeft. 'Het is echt zo gegaan: vrijdagmiddag de schuur in en kijken wat we konden maken. Even een motortje uit het magazijn, wat leidingen erbij en die trekker ombouwen.' Samen met een monteur haalde hij een deel van de plantmachine uit elkaar. De bestaande aandrijving maakte plaats voor een hydromotor, waarvoor ook de trekker moest worden aangepast. Het resultaat was verrassend eenvoudig. 'Vanaf de trekker konden we ineens zelf de toevoer regelen. Draaide je de knop helemaal open, dan kwamen er heel veel bollen. Draaide je hem maar een klein stukje open, dan kwamen er weinig. Van nul tot volle snelheid konden we alles met de hand regelen.'
Veel finetunen bleek vervolgens niet nodig. 'Heel eerlijk: hij deed het eigenlijk in één keer goed.' Reeuwijk belde de gemeente. 'Ik zei: het is me gelukt.' Niet veel later mocht hij het eerste project in wildverband uitvoeren. De machine waarmee dat gebeurde, gebruikt hij nog altijd.


Bollen in wildverband aangeplant
Bollen in wildverband aangeplant

Van nul tot driehonderd bollen

Het verschil zit vooral in de verdeling. Bij een reguliere machinale aanplant wordt met een vaste hoeveelheid bollen per vierkante meter gewerkt. Met de aangepaste machine varieert Reeuwijk voortdurend. 'Wij werken met een range van nul tot driehonderd bollen per vierkante meter. Gemiddeld kom je dan rond de 150 uit.'
Het ene stukje krijgt dus helemaal geen bollen, terwijl een paar meter verder juist een dichte groep ontstaat. 'Je hebt plekken met nul, vijftig, 120 en driehonderd bollen. Zo krijg je vanzelf die plukken.'
Dat heeft volgens Reeuwijk ook een praktisch voordeel. Met dezelfde hoeveelheid bollen kan ongeveer twee keer zoveel oppervlakte worden beplant. Vooral voor grotere parken, landgoederen en begraafplaatsen vindt hij dat interessant. In plaats van één opvallende strook kan een veel groter gebied losser worden ingevuld. 'Als je in een park een groot vak hebt, wordt vaak ergens een slinger met bollen gemaakt. Ik zeg: plant dan gewoon dat hele vak door. Dan staan overal bolletjes, alleen in wildverband.'


'Met dezelfde hoeveelheid bollen kunnen we twee keer zoveel oppervlakte beplanten'

Niet overal wild

Reeuwijk benadrukt dat wildverband geen oplossing is voor iedere plek. Wie bij de entree van een dorp, op een rotonde of voor een gemeentehuis een krachtig bloei-effect wil, kan volgens hem beter kiezen voor een traditionele, dichte aanplant. 'Met narcissen of andere wat meer gecultiveerde bloembollen moet je soms gewoon lekker dik één strook maken. Dan rijden mensen erlangs en denken ze: wauw.'
De wildverbandmachine ziet hij vooral als oplossing voor plekken waar een natuurlijk beeld gewenst is. Daarbij denkt hij aan parken, landgoederen, begraafplaatsen en bosachtige omgevingen. Vooral stinzen- en verwilderingsbollen passen volgens hem bij die aanpak. 'Ga maar eens in een bos kijken. Daar zie je ook overal plukjes staan. Als je zulke bollen netjes over een vierkant vak verdeelt, lijkt het juist alsof ze daar zijn aangeplant.'
De onregelmatige verdeling moet bovendien ruimte geven aan verdere verwildering. 'Het ziet er vanaf het begin al natuurlijk uit. Wat de bollen daarna zelf gaan doen, is aan de natuur.'


De wildverbandplantmachine
De wildverbandplantmachine

Wildverband in het bestek

Wat begon met één vraag uit Schagen, komt Reeuwijk inmiddels ook elders tegen. 'Tot nu toe hebben we het vooral voor gemeenten gedaan, maar ik zie wildverband nu ook terugkomen in bestekposten.'
Dat levert soms verbaasde reacties op bij aannemers. 'Dan zie ik dat wildverband wordt uitgevraagd en denk ik: waarschijnlijk gaan jullie straks de grond afgraven, de bollen met de hand uitstrooien en alles weer aanvullen. Dan zeg ik: dat hoeft helemaal niet. Ik heb daar een machine voor.'
Ook via aannemers die voor het Rijksvastgoedbedrijf werken, heeft Reeuwijk projecten waarbij stinzen- en verwilderingsbollen in wildverband worden aangeplant. 'We hebben nu drie projecten op defensielocaties. Daar spelen onder meer biodiversiteitsherstel en een natuurlijke inrichting.'
Voor dergelijke toepassingen stelde Reeuwijk ook een eigen Stinzenmengsel samen. Daarin zitten uitsluitend stinzensoorten die volgens hem in Nederland voorkomen. De combinatie zorgt voor een relatief lange bloeiboog, van ongeveer februari tot en met mei.


'Dan zeg ik tegen aannemers: dat handmatig uitstrooien hoeft helemaal niet. Ik heb daar een machine voor'

Dat de wildverbandmachine twee jaar geleden begon met één vraag uit de praktijk, maakt het voor Reeuwijk des te leuker. Inmiddels ziet hij steeds meer mogelijke toepassingen, vooral op grotere, parkachtige locaties. En mocht de vraag verder toenemen, dan vormt de techniek zelf volgens hem geen belemmering. Nog een machine bouwen? Daar hoeft hij niet lang over na te denken: 'Dat is helemaal geen probleem.'


Gemeente Schagen
Jens Reeuwijk Bloembollen...
LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER