Gefaseerd maaien helpt niet alle insecten |
|
|
|
|
 |
| 94 sec |
Onderzoek: kijk bij maaibeheer niet alleen naar één berm of dijk, maar naar het omliggende landschap
Gefaseerd maaien is beter voor insecten dan alles in één keer kort maaien, maar het is geen garantie voor behoud van bestuivers. Onderzoek van ecoloog Constant Swinkels van de Radboud Universiteit laat zien dat veel insecten een gemaaide dijk na enkele dagen alsnog verlaten. Voor gemeenten en groenbeheerders ligt de oplossing daarom niet alleen in gefaseerd maaien, maar vooral in het afstemmen van beheer op de omgeving.
| Beeld NWST, ter illustratie |
Bij gefaseerd maaien blijft een deel van de begroeiing staan. Insecten kunnen daar na het maaien voedsel en beschutting vinden. Direct na het maaien lijkt dat goed te werken. Swinkels zag in de overgebleven stroken twee keer zoveel bloembezoek en veel meer insecten. Dat effect bleek echter van korte duur. 'Na vier dagen verlaten ze de dijk en stort de gemeenschap helemaal in. Alleen sterke bijen, zoals de honingbij, blijven over.'
|
|
Veel bestuivers verlaten een gemaaide dijk al na enkele dagen
| |
|
Niet de 'golden bullet'
Voor het onderzoek telde Swinkels samen met veertig studenten ongeveer 30.000 bloembezoeken en werden 5.000 wilde bestuivers tot op soortniveau bepaald. Het onderzoek vond plaats op dijken in de Ooijpolder bij Nijmegen. Op een deel van de dijken werd ongeveer 70 procent van de begroeiing gemaaid. Andere dijken bleven ongemoeid. Vooral zeldzamere soorten bleken kwetsbaar. Gefaseerd maaien helpt dus wel, maar lost volgens Swinkels niet alles op. 'Hoewel gefaseerd maaien beter is dan alles platmaaien, is het niet de golden bullet. Er zijn veel soorten die ook bij gefaseerd maaibeheer wegvliegen, op zoek naar een veilig heenkomen.'
|
|
Gefaseerd maaien is beter dan alles platmaaien, maar het is niet de golden bullet
| |
|
Kijk verder dan de berm
Voor gemeenten en groenaannemers zit daar een belangrijke boodschap. Niet alleen de manier waarop één berm of dijk wordt gemaaid telt. Ook het beheer van groen in de omgeving bepaalt of insecten na een maaibeurt ergens anders voedsel en beschutting kunnen vinden. Swinkels pleit daarom voor meer afstemming tussen verschillende terreinen. Een grasveld naast een dijk kan bijvoorbeeld later worden gemaaid als dat op het moment van maaien volop in bloei staat. Ook kunnen verschillende dijken op andere momenten worden gemaaid. 'Insecten moeten ergens heen kunnen.'
|
|
Stem maaibeurten zo af dat insecten in de omgeving altijd een alternatief leefgebied kunnen vinden
| |
|
Variatie én vast beheer
Daarbij is volgens Swinkels niet alleen variatie belangrijk, maar ook continuïteit. Steeds wisselen van beheer kan soorten juist tegenwerken. 'In de ecologie zeggen we altijd: de natuur is er het meest bij gebaat als je overal iets anders doet, maar op dezelfde plek wel steeds hetzelfde. Continu beheer stelt soorten in staat zich aan te passen.' De belangrijkste les voor groenbeheer is daarmee dat ecologisch maaien niet stopt bij het percentage dat blijft staan. Een gefaseerd gemaaide berm heeft pas echt waarde als er op landschapsniveau voldoende plekken beschikbaar blijven waar insecten terechtkunnen.
|
Het volledige onderzoek lezen? Dat kan hier.
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|