Whatsapp Facebook LinkedIn Instagram RSS feed

Onverwoestbare Diervilla wordt steeds populairder

ARTIKEL
SORTIMENT
Facebook Linkedin Whatsapp
Ronald Houtman, maandag 10 augustus 2026
424 sec


Voor planten die in de openbare ruimte worden toegepast, is naast sier- en gebruikswaarde het hufterproof zijn het hoogst haalbare. Er zijn niet veel planten die aan al deze eisen voldoen, maar Diervilla komt in ieder geval dichtbij. Het is een klein geslacht dat altijd een beetje onder de radar is gebleven. Maar dat doet niets af aan de veelzijdigheid van deze ijzersterke heesters. En de laatste jaren wint Diervilla gestaag aan populariteit. En daar zijn goede redenen voor.

<i>Diervilla splendens</i>
Diervilla splendens

Diervilla, in het Nederlands overigens ook diervilla geheten, is een klein geslacht dat behoort tot de kamperfoeliefamilie, Caprifoliaceae. Het geslacht is echter het nauwst verwant aan Weigela. Zo nauw zelfs dat in het verleden weleens is geopperd om Diervilla op te heffen en in Weigela te laten opgaan. Ook is, vanwege de nauwe verwantschap, geprobeerd Diervilla en Weigela met elkaar te kruisen. Dat is tot op heden niet gelukt.

Overzichtelijk

Er zijn slechts drie soorten: Diervilla lonicera, D. Rivularis en D. Sessilifolia. Daarnaast is er de hybride D. ×splendens, die ontstond uit een kruising tussen D. Lonicera en D. Sessilifolia. Lekker overzichtelijk dus. Minder overzichtelijk is dat de soorten en de hybride best wel op elkaar lijken, wat voor verwarring kan zorgen. In de praktijk is dat trouwens niet heel erg, want de soorten ontlopen elkaar nauwelijks in sier- en gebruikswaarde.


Bloemheesters

Van oudsher is de bloei de grootste sierwaarde van Diervilla. De gele bloemen, die 's zomers openen, zijn relatief klein. Maar omdat ze in dichte pluimen staan, vallen ze toch op. Vallen ze voor mensen misschien iets minder op, voor bijen vallen ze des te meer op. Met de hoogst mogelijke score voor nectar- en pollenwaarde (N5 en P5) zijn Diervilla's uitstekende bijenplanten.


Ook de zaaddozen, die roodbruin verkleuren als ze rijpen, hebben enige sierwaarde. Maar de belangrijkste sierwaarde wordt gevormd door afwijkende bladkleuren. Hierbij is het opvallend dat de eerste cultivar met afwijkende bladkleuren, bruinbladig in dit geval, pas rond 2007 op de markt kwam. Voor die tijd waren alle cultivars groenbladig, net als de soorten.

Alle drie de soorten komen van nature voor in Noord-Amerika. Niet alleen de drie soorten, maar ook de hybride, vormen dichte struiken tot ongeveer 1 m hoog, vaak iets hoger. De bladeren staan steeds tegenover elkaar en de bloemen verschijnen in eindstandige en okselstandige, opstaande bundels of pluimen. De bloemen zijn buisvormig met vijf vrije kroonlobben, twee aan de bovenkant en drie aan de onderkant. De vijf meeldraden steken steeds uit de bloemen. De vruchten zijn doosvormig en lijken op kleine, smalle regentonnetjes. Bij het rijpen kleuren ze roodbruin, waarna ze verdrogen als de zaden rijp zijn. Zoals al aangegeven, zijn de verschillen tussen de soorten niet groot.

Diervilla rivularis Honeybee

Soorten en groenbladige cultivars

Diervilla lonicera vormt beduidend meer worteluitlopers dan de andere twee soorten. Door de uitlopers is D. Lonicera in staat een vak wat sneller dicht te groeien dan de andere twee soorten. De gehele plant is onbehaard en de jonge twijgen zijn ovaal in dwarsdoorsnede. De eironde tot langwerpige bladeren hebben duidelijke bladstelen. De bloemen, die in juni en juli openen, zijn groenig geel. Okselstandige bloemen staan steeds in bundels van drie bloemen bijeen, eindstandige bloemen in bundels van vijf. De bloembuizen zijn langer dan de kroonlobben ('vrije bloemblaadjes'). Diervilla lonicera groeit van nature op wat drogere, stenige plaatsen en zou (in theorie) dus het beste bestand zijn tegen droogte.


Er zijn enkele cultivars, zoals 'Copper' (met oranjebruine jonge scheuten), 'Dilon' (rijker bloeiend met gelere bloemen) en 'Helo' (iets forsere, zeer winterharde Finse cultivar), maar deze worden slechts op kleine schaal gekweekt.

In tegenstelling tot D. Lonicera heeft D. Rivularis in doorsnede ronde twijgen. De (jonge) twijgen zijn bovendien dicht behaard. De langwerpige bladeren zijn aan beide zijden behaard en ze hebben slechts een zeer korte bladsteel. De bloemen zijn citroengeel en kleuren bij het uitbloeien vaak oranjeroodachtig. In tegenstelling tot D. Lonicera en D. Sessilifolia zijn de kroonlobben ('vrije bloemblaadjes') vrijwel net zo lang als de bloembuizen. De bloemen staan in pluimen, die op hun beurt uit veelbloemige bundels bestaan. De bloeitijd is van eind juni tot eind augustus.

Van Diervilla rivularis zijn iets meer cultivars in cultuur dan van D. Lonicera. De Amerikaanse 'Morton' (SUMMER STARS) is een iets forsere plant die tot ruim 1,75 m hoog en breed kan worden. De bloemen zijn iets groener dan gebruikelijk bij D. Rivularis.

Diervilla sessilifolia is in de praktijk, in ieder geval in naam, de bekendste soort. Deze soort lijkt sterk op D. Rivularis, maar de twijgen zijn, zeker als ze jong zijn, min of meer vierkantig. Alleen op de knopen zijn ze behaard. De bladeren zijn ongesteeld, wat de soortnaam sessilifolia verklaart. Ze zijn alleen op de hoofdnerf (iets) behaard. De bloemen zijn zwavelgeel en openen vanaf juni tot in augustus. Net als bij D. Lonicera zijn de bloembuizen langer dan de kroonlobben ('vrije bloemblaadjes').

Diervilla sessilifolia wordt als soort gekweekt, maar ook de van oudsher bekende 'Butterfly' en 'Dise' zijn algemeen verkrijgbaar. Beide zijn goed groeiende, groenbladige cultivars die iets lager blijven dan de soort en rijk bloeien. De Finse cultivar 'Rusko' wordt bij ons niet gekweekt. Deze plant loopt oranje tot bronskleurig uit, waarna het zomerblad groen is. In de herfst kleurt het rood. De cultivar werd voor de Finse (interne) markt geselecteerd, mede op winterhardheid.

Diervilla splendens Bocomagred MAGICAL GREEN DRAGON

Diervilla ×splendens

De exacte herkomst van deze hybride tussen Diervilla lonicera en D. Sessilifolia is niet bekend. Waarschijnlijk is de plant omstreeks het midden van de negentiende eeuw ontstaan. Wat herkenning betreft wordt het hier lastiger: D. ×splendens heeft namelijk een beetje van beide ouders. De invloed van D. Lonicera is al te herkennen aan de eigenschap dat D. ×splendens worteluitlopers vormt en op deze wijze een brede struik wordt. De bladeren zijn kort gesteeld, maar niet behaard. Ook loopt het blad mooi bronskleurig uit, om later donkergroen te kleuren. De bloei is rijk en per bundel/pluim bevatten de bloeiwijzen meer bloemen dan bij D. Lonicera het geval is. De bloei lijkt dus meer op die van D. Sessilifolia.


Omdat D. ×splendens een hybride is, is het gemakkelijker om meer variatie te krijgen als hiermee verder wordt veredeld. Dit heeft ertoe geleid dat de meeste cultivars van Diervilla tot deze hybride behoren, terwijl D. ×splendens als zodanig ook al veel wordt gekweekt. Ook hier is er weer een Finse cultivar, wederom geselecteerd vanwege de goede groei onder Finse omstandigheden en de winterhardheid. 'Kajo' loopt bronskleurig uit, waarna het zomerblad donkergroen is, vaak met iets bronskleurige tinten. Omdat er in het vervolg van dit artikel geen aandacht meer wordt geschonken aan groenbladige cultivars, wordt hier ook 'Bocomagred' (MAGICAL GREEN DRAGON) genoemd; een goed groeiende cultivar met wat breder, donkergroen blad. De jonge scheuten zijn diep bronskleurig tot bronsoranje.

Diervilla 'SMNDSN' KODIAK JET BLACK

Donkerbladige cultivars

De eerste niet-groenbladige cultivar in het geslacht, D. rivularis 'Troja Black', kwam omstreeks 2007 op de markt. De plant loopt uit met roodbruine scheuten, die licht purperbruin kleuren en later in de zomer meer purpergroen tot donkergroen worden. Vreemd genoeg is deze plant nog niet heel bekend geworden, terwijl de donkere bladeren toch wel een doorbraak waren in Diervilla. Het duurde tot 2014 voordat de echte doorbraak, in de vorm van D. ×splendens 'El Madrigal' (DIVA), kwam. Deze cultivar heeft een dichte, brede en vrij lage groei. De relatief brede bladeren zijn donkerroodbruin en kleuren later in de zomer iets meer groenbruin. Zoals bij alle donkerbladige cultivars contrasteren de bladeren goed met de gele bloei.


Ook in de Verenigde Staten zag men dat Diervilla populairder werd en werden veredelingsprogramma's gestart. Dit resulteerde in de KODIAK-serie, waarbij D. rivularis 'SMNDRSF' (KODIAK BLACK) de donkerbladige cultivar in de serie is. Het blad is iets lichter en vooral iets roder dan bij 'El Madrigal'. Inmiddels is er een verbetering aangekondigd: D. 'SMNDSN' (KODIAK JET BLACK). Deze heeft een iets meer opgaande groei en donkerder blad dan zijn voorganger.

Omdat Diervilla van oudsher al in de openbare ruimte werd gebruikt en ook daar de populariteit toenam, gingen ook Nederlandse bedrijven ermee veredelen. Hoewel het niet direct toppers zijn voor de openbare ruimte, leidde dit tot twee donkerbladige cultivars van D. ×splendens: 'Bocodimadde' (MAGICAL DARK DELIGHT) en 'Bocomastani' (MAGICAL STARRY NIGHT). MAGICAL DARK DELIGHT groeit vrij breed en heeft iets gevouwen, glanzend bruinzwart blad. Later in het seizoen wordt het iets groenzwart. MAGICAL STARRY NIGHT groeit veel slanker omhoog en heeft duidelijk smaller, enigszins gevouwen en gegolfd blad. Het is dofzwart, waarbij de afwezigheid van glans de diepe kleur versterkt. Bij beide cultivars versterken de diepgele bloemen het donkere blad nog meer.

Diervilla splendens KODIAK ORANGE

Cultivars met rood en oranje blad

Ook in deze groep zijn het Amerikaanse en Nederlandse veredelaars die de dienst uitmaken. Vanuit de Verenigde Staten zijn D. 'G2X885411' (KODIAK RED) en D. ×splendens 'G2X88544' (KODIAK ORANGE) naar Europa gekomen. De handelsnamen spreken voor zich. De jonge scheuten van KODIAK RED zijn steenrood en als de bladeren volwassen worden, kleuren ze groen, vaak met een iets roodbruine zweem. Bij KODIAK ORANGE zijn de jonge scheuten meer bronskleurig-oranje en het volwassen blad iets lichter groen. Ook de bloemen zijn iets lichtgeel. Een verbeterde KODIAK RED 2.0 (D. ×splendens 'SMNDSD') wordt binnenkort geïntroduceerd.
De vrij breed groeiende D. ×splendens 'Bocofire' (MAGICAL FIREFLY) heeft eveneens relatief breed blad. Bij het uitlopen is het blad bronskleurig tot bruinoranje. Later in het seizoen kleurt het lichtgroen. Net zoals bij KODIAK ORANGE zijn de bloemen vrij lichtgeel.


Eén geelbladige cultivar

Er is maar één geelbladige cultivar: D. rivularis 'Diwibru01' (HONEYBEE). Maar dit is wel meteen een bijzonder mooie en opvallende, als je tenminste van geelbladige planten houdt. Bij het uitlopen zijn de bladeren oranjegeel, maar al snel kleuren ze fris citroengeel. Later in het seizoen worden ze donkerder geel om uiteindelijk groengeel te kleuren. De bloemen zijn uiteraard ook geel. Ze vallen dus veel minder op dan bij groen- en bruinbladige planten. Maar juist bij HONEYBEE kleuren de bloemen bij het uitbloeien oranje, een typische eigenschap van D. Rivularis. Hierdoor vallen ze toch weer iets meer op. Maar dat boeit de bijen trouwens niet: die weten de bloemen toch wel te vinden.


Diervilla splendens KODIAK MIXX

Bontbladige cultivars

Om het kleurenpalet compleet te maken, zijn er ook verschillende bontbladige cultivars. Dat is niet ieders smaak, maar er is wel degelijk een markt voor. De oudste cultivar, D. sessilifolia 'LPDC Podaras' (FIRST EDITIONS COOL SPLASH), werd al in 2008 geïntroduceerd, maar bleef lange tijd wat op de achtergrond. Ten onrechte, want het is een opvallende en kleurrijke plant. De relatief slanke bladeren zijn donkergroen met brede crèmekleurige randen. Op jonge scheuten zijn deze randen roomgeel. De diepgele bloemen vallen nog best aardig op tegen het bonte blad.


Vervolgens duurde het ruim 15 jaar voordat de tweede bontbladige cultivar, D. ×splendens 'G2X88544VAR' (KODIAK MIXX), werd geïntroduceerd. Deze plant ontstond als mutant in KODIAK ORANGE en heeft dus dezelfde bronskleurig-oranje jonge scheuten. Alleen is het volwassen blad donkergrijzig groen met crèmekleurige randen. Deze combinatie van bladkleuren geeft de plant een sprankelend effect. En dan komen daar nog de lichtgele bloemen bij om het plaatje compleet te maken.

Twee nieuwere bontbladige Diervilla's, waar nog niet veel ervaring mee is, zijn D. rivularis 'Diwibru02' (HONEY SURPRISE) en D. sessilifolia 'Mathilda 004' (SUNSHINE). Laatstgenoemde is een vrij lage en brede struik die wel wat wegheeft van FIRST EDITIONS COOL SPLASH. Wel lijken de bladeren iets smaller, wat de plant een iets andere structuur geeft. HONEY SURPRISE, ten slotte, is totaal anders dan de andere bontbladige Diervilla's. Het is een vrij forse, stevig groeiende plant met donker olijfgroene bladeren met brede, lichtcrèmegele tot crèmekleurige randen. De jonge scheuten zijn bronskleurig-oranje. Het is een veelbelovende cultivar, die zeker een toevoeging is aan de groep van bontbladige Diervilla's.

Diervilla splendens El Madrigal DIVA

Toepassing

Van oudsher is Diervilla een plant die met name in de openbare ruimte wordt toegepast. Maar de introductie van met name DIVA heeft ervoor gezorgd dat dit sortiment ook bij tuinbezitters en parkbeheerders populairder werd.


Diervilla is lange tijd een wat onopvallende, maar zeer goed toepasbare heester geweest. De planten zijn vrijwel bodemvaag, tolereren korte tijd droogte, zijn zeer gezond en uitstekend winterhard. Daarbij hebben ze een opvallend sterk herstellend vermogen, wat ze feitelijk hufterproof maakt. De bloei trekt veel bestuivende insecten (vooral bijen en zweefvliegen) aan. Diervilla's zijn dus uitstekende vakbeplanters, maar ook op kleinere schaal kunnen ze prima worden toegepast. Kies dan niet voor soorten of cultivars die worteluitlopers vormen. Tenzij dit gewenst is, natuurlijk.

In het artikel zijn de herfstkleuren niet genoemd. Dat is bewust, omdat de herfstkleuren bij Diervilla sterk kunnen wisselen. Het ene jaar kleuren de bladeren prachtig rood, het volgende jaar kleuren ze iets oranjegeel en verdrogen ze of vallen ze, vrijwel zonder te zijn verkleurd, af. Vocht, licht en temperatuur hebben een behoorlijke invloed op het al dan niet mooi verkleuren van de bladeren in de herfst.

Net als bij bijvoorbeeld Physocarpus gaat ook bij Diervilla veel aandacht uit naar de donkerbladige cultivars. Dit heeft ertoe geleid dat er minder cultivars zijn met andere bladkleuren. Maar ook die komen er in de nabije toekomst aan!

Ronald Houtman
LEES OOK

LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.
GREEN OUTLET
Iedereen kan gratis kleine advertenties plaatsen via zijn eigen account.
Plaats een gratis advertentie

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER