'Ecosysteemdiensten vragen om volume' |
|
|
|
|
 |
| 159 sec |
Pleidooi om vanuit visie en goede afstemming vanaf de tekentafel te kiezen voor boven- en ondergronds volume
Tijdens de afgelopen Boominfodag op 10 maart in theater Gooiland in Hilversum draaide het vooral om het thema ecosysteemdiensten. Bomen moeten tegenwoordig niet alleen groen toevoegen aan de stad, maar ook verkoeling bieden, water bufferen, fijnstof afvangen, biodiversiteit versterken en bijdragen aan gezondheid en verblijfskwaliteit. Vragen we te veel van bomen, gezien alle uitdagingen die stadsbomen aantreffen in stedelijk gebied, van het zogeheten dampdruktekort door hittestress tot lichtreflectie, verarmde of verdichte bodem en ruimtegebrek? Jeroen den Brok van Van den Berk Boomkwekerijen: 'Wij vragen niet per se té veel van bomen, maar er moet wel meer aandacht zijn voor visie, samenwerking en integraal ontwerpen.'
| Jeroen den Brok met het ontwerp van het Stationsplein in Eindhoven, waarbij voor optimale groenbaten Van den Berk is aangeschoven binnen een bouwteam |
Den Brok trapt af: 'We moeten veel beter nadenken over welke functies een boom op een specifieke locatie écht moet vervullen. We willen vaak alles tegelijk: schaduw, biodiversiteit, een inheems karakter, verkoeling en gezondheidseffecten. Alleen hoeft niet iedere boom al die functies even zwaar te dragen. Soms is alleen een schaduwminnende soort nodig. Soms kun je bodem opwaarderen in plaats van standaard grond uit te wisselen. Op basis van zand, klei of veen, grondwaterstanden en pH-waarden kun je soorten veel slimmer koppelen aan de locatie.'
Geleidelijk veranderend beeld
Toch zijn er wel degelijk soorten die het in stedelijke omstandigheden steeds moeilijker krijgen. Den Brok noemt onder meer Fagus sylvatica en Betula, maar hij nuanceert direct: 'Het betekent niet dat we van die soorten af moeten, maar wel dat we kritischer moeten kijken waar we ze toepassen.' Binnen de sector wordt daarom steeds vaker gekeken naar alternatieven en andere herkomsten. Zo noemt Den Brok bijvoorbeeld Fagus orientalis, de oosterse beuk. 'Daarnaast wordt volop geëxperimenteerd met soorten die beter omgaan met hitte en droogte. Vooral bomen met geveerd blad worden daarbij regelmatig genoemd vanwege hun droogtetolerantie en luchtige kroonstructuur. Voorbeelden zijn Gleditsia triacanthos, Styphnolobium japonicum, Gymnocladus dioicus en Celtis australis.'
 | | Gleditsia triacanthos |
|
|
 | | Celtis australis |
|
|
Ook diversiteit blijft volgens Den Brok essentieel om bomen zo lang mogelijk te laten voortbestaan en ze aan ecosysteemdiensten te laten bijdragen. Niet alleen vanwege klimaatverandering, maar ook vanwege ziektes en plagen zoals essentaksterfte en kastanjebloedingsziekte. 'We weten gelukkig steeds beter welke soorten zich goed houden onder stedelijke omstandigheden. Maar we weten ook nog veel niet. Daarom moeten we spreiden, experimenteren en samenwerken. Uiteindelijk zit de toekomst van de stadsboom niet in één perfecte soort, maar in een slim samenspel van sortiment, groeiplaats, ontwerp en beheer.'
|
|
'Het boomkroonvolume zorgt voor schaduw, verkoeling en nestgelegenheid'
| |
|
Grote maten
Hij haakt daar verder op aan: 'We moeten soms weer durven kiezen voor écht grote bomen. Want daar zit uiteindelijk het boomkroonvolume dat zorgt voor schaduw, verkoeling en nestgelegenheid. Ecosysteemdiensten vragen nu eenmaal om volume.'
Volgens Den Brok zit het grootste probleem van de stadsboom uiteindelijk niet alleen boven de grond, maar met name eronder. 'Een boom levert pas echt ecosysteemdiensten wanneer hij volwassen wordt. Dat duurt vaak dertig tot veertig jaar. Als bomen na twintig jaar alweer verdwijnen omdat kabels of leidingen vervangen moeten worden, dan bereik je nooit het effect waar je naar zoekt.' Daarom pleit hij voor een fundamenteel andere manier van samenwerken binnen stedelijke projecten. Niet pas achteraf bomen toevoegen, maar groen vanaf het eerste ontwerp integraal meenemen. 'Wij werken steeds vaker in bouwteamconstructies,' vertelt hij. 'Daarin deel je kennis met ontwerpers, civiele partijen en andere disciplines om samen het maximale uit een project te halen. Je kunt tegenwoordig onmogelijk alle kennis nog in één organisatie hebben.'
Integraal samenwerken
Een praktijkvoorbeeld daarvan is de herinrichting van het Stationsplein in Eindhoven. Daar werkt Van den Berk samen met onder andere Strukton, Du Pré Groenprojecten en de gemeente Eindhoven aan een grootschalige vergroening van het stationsgebied binnen de gebiedsontwikkeling KnoopXL. Op het plein komen 27 volwassen bomen die momenteel al op de kwekerij worden voorbereid. Het project draait nadrukkelijk om klimaatadaptatie, verblijfskwaliteit en integraal ontwerp. Het stenige stationsgebied moet veranderen in een groen verblijfsgebied met meer ruimte voor voetgangers en de ecosysteemdiensten waterbuffering en verkoeling. Het voorlopig ontwerp van landschapsarchitect ZUS, dat door het bouwteam is uitgewerkt, beschrijft hoe bomen, water en vergroening samen moeten zorgen voor een aangenamer microklimaat rond het station.
Volgens Den Brok laat juist zo'n project zien waarom samenwerking cruciaal is. 'Bij project Eindhoven schuiven groen en grijs vanaf het begin samen aan tafel. Niet pas achteraf. Dan kun je echt nadenken over de ruimte die bomen boven én ondergronds nodig hebben.' Die lange termijnvisie is volgens hem essentieel als steden serieus werk willen maken van ecosysteemdiensten. 'Je moet weten hoe een boom zich over tientallen jaren ontwikkelt. Alleen dan kun je de juiste ruimte reserveren en zorgen dat hij duurzaam in stand blijft.'
Aanbestedingen op kwaliteit
Ook aanbestedingen zouden volgens hem vaker daarop moeten sturen. 'Nog te vaak is prijs doorslaggevend, terwijl levensduur en ecosysteemwaarde uiteindelijk veel belangrijker zijn. Bomen moeten niet alleen geplant worden, maar ook oud kunnen worden om hun bijdrage aan ecosysteemdiensten te leveren.'
| Van den Berk Boomkwekerij... | |
| |
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|