'Niets aan het toeval overlaten' |
|
|
|
|
 |
| 193 sec |
Waarom plantkeuze, planttijd en substraat samen bijdragen aan weerbare vasteplantenvakken
De discussie over water geven steekt steeds vaker de kop op in het openbaar groen. Waar vasteplantenvakken vroeger meestal zonder extra watergift konden uitgroeien tot een robuuste beplanting, zorgen de lange droge lentes van de afgelopen jaren voor nieuwe uitdagingen. Toch ligt de sleutel volgens Griffioen Wassenaar en BVB Landscaping niet bij de kraan. Juist de combinatie van beplanting, substraat en aanlegmoment bepaalt hoe goed een plantvak droge perioden, hevige neerslag en hitte doorstaat.
 |
Ontwerpen voor een veranderend klimaat
Door projecten ook na de aanleg te volgen, bouwt Griffioen voortdurend kennis op over het functioneren van vasteplantenvakken. Daarbij wordt steeds duidelijker hoe groot de invloed van langdurige droogte, hitte en hevige neerslag op (jonge) beplanting kan zijn. Volgens Van Tol vraagt dat om een zorgvuldige afstemming tussen beplanting en standplaats, waarbij de omstandigheden op locatie steeds zwaarder meewegen. Ook het moment van aanplanten speelt daarbij een belangrijke rol.
Waarom planttijd ertoe doet
Bij veel projecten wordt de beplanting nog altijd in het voorjaar aangelegd. Wanneer vervolgens enkele weken nauwelijks regen valt, komen jonge planten direct onder druk te staan. Volgens Van Tol komt deze combinatie van voorjaarsaanplant en langdurige droogte de afgelopen jaren steeds vaker voor. Hij pleit dan ook voor aanplant in het najaar, als de projectplanning dat enigszins toelaat. 'Planten die in het najaar worden aangeplant, gaan met veel meer voorsprong het voorjaar in. Ze krijgen in het najaar meer tijd om te wortelen en kunnen daardoor sterker aan het groeiseizoen beginnen', aldus Van Tol. Ook de keuze voor de juiste potmaat draagt bij aan een succesvolle vestiging. Griffioen houdt daarbij vast aan P11-planten. Dankzij de iets grotere kluit zijn deze beter bestand tegen droge omstandigheden in de eerste periode na aanplant.
|
|
Planten die in het najaar worden aangeplant, gaan met veel meer voorsprong het voorjaar in
| |
|
Water geven geen automatisme
De vraag of beplantingsvakken wel of geen water moeten krijgen, houdt veel beheerders bezig. Volgens Griffioen hangt de noodzaak van watergift onder meer af van de bodem, de standplaats, de weersomstandigheden en de leeftijd van de beplanting. 'Water geven moet geen automatisme zijn', zegt Van Tol. 'Het gaat erom dat je op het juiste moment ingrijpt, zodat planten een sterk wortelstelsel ontwikkelen.' Op een droge zandgrond kan dat moment eerder aanbreken dan op een vochtvasthoudende bodem. Juist daarom kiest Griffioen niet voor een vaste aanpak, maar wordt per project gekeken wat nodig is. Juist in het eerste jaar na aanleg ligt de focus op een goede wortelontwikkeling. Daarom verzorgt Griffioen bij veel projecten het beheer in de eerste periode zelf. Die praktijkervaring helpt om op het juiste moment in te grijpen en vormt tegelijkertijd de basis voor de kennisoverdracht aan de beheerder die het vasteplantenvak uiteindelijk overneemt.
 | | Jarno van Veelen |
|
|
Onder de grond begint het verschil
Een goed ontwikkeld wortelstelsel en een groeiplaats die vocht kan opnemen, vasthouden en weer beschikbaar maken, bepalen uiteindelijk hoe de beplanting met extreme weersomstandigheden kan omgaan. Voor de ondergrondse groeiplaatsverbetering binnen het GreentoColour-concept werkt Griffioen nauw samen met BVB Landscaping. Als specialist in substraten en groeiplaatsen levert BVB niet alleen de GreentoColour-substraten, maar denkt het bedrijf ook mee over de afstemming tussen beplanting, bodem en waterhuishouding.
Volgens Jarno van Veelen van BVB Landscaping speelt substraat een belangrijke rol bij het omgaan met zowel droge periodes als hevige neerslag. 'Een goed samengesteld substraat moet water kunnen ontvangen, bufferen én weer afgeven wanneer de plant daar behoefte aan heeft', zegt Van Veelen. Die eigenschappen zijn het resultaat van een zorgvuldig afgestemde opbouw van het substraat. Door de combinatie van luchtige poriën en waterbergende poriën kan het substraat zowel neerslag opnemen als vocht beschikbaar houden voor de beplanting.
 | | Joris van Tol |
|
|
De uitdaging ligt niet alleen in het vasthouden van vocht tijdens droge perioden. Het substraat moet ook grote hoeveelheden neerslag kunnen verwerken zonder dat wortels langdurig nat blijven staan. Juist die combinatie wordt steeds belangrijker naarmate de verschillen tussen droge en natte perioden toenemen. Volgens Van Veelen wordt het substraat daarmee steeds vaker ingezet als onderdeel van klimaatadaptieve oplossingen in de openbare ruimte. Het draagt niet alleen bij aan een gezonde groei van de beplanting, maar helpt ook bij waterinfiltratie, het opvangen van piekbuien en het beperken van hittestress.
De samenstelling van het substraat wordt afgestemd op zowel de beplanting als de omstandigheden op locatie. Op zandgronden gaat vocht bijvoorbeeld sneller verloren dan op lemige of veenhoudende bodems. Daarom zijn voor GreentoColour verschillende substraatvarianten beschikbaar, afgestemd op natte (BVB GreentoColour Drain), gemiddelde (BVB GreentoColour Basis) of juist droge omstandigheden (BVB GreentoColour Hydro). Volgens Van Tol wordt die laatste variant inmiddels in een groot deel van de projecten toegepast.
|
|
Klimaatbestendige beplanting vraagt om meer dan een oplossing voor droogte of wateroverlast alleen
| |
|
Niets aan het toeval overlaten
Binnen het GreentoColour-concept van Griffioen worden beplanting, substraat en ontwerp in samenhang toegepast. Die integrale aanpak vormt ook de basis voor de inboetgarantie die Griffioen binnen GreentoColour kan bieden. Door beplanting, substraat en groeiplaats op elkaar af te stemmen, neemt de kans op uitval af en komt er meer grip op beheerskosten.
De samenwerking tussen Griffioen en BVB Landscaping beperkt zich inmiddels niet meer tot GreentoColour. De succesvolle combinatie van beplanting en substraat binnen GreentoColour heeft inmiddels geleid tot de ontwikkeling van een specifiek Living Landscape-substraat. Dit substraat is afgestemd op de toepassing van inheemse beplanting, maar biedt dezelfde voordelen op het gebied van waterbuffering, waterafgifte en groeiplaatsverbetering. Het kan daarnaast ook worden toegepast binnen projecten met de Vasteplantenmatten van Griffioen. 'Juist door kennis over beplanting en substraat te combineren, creëer je de beste uitgangssituatie. Niets aan het toeval overlaten dus', aldus Van Veelen.
Weerbare beplanting
Klimaatbestendige beplanting vraagt om meer dan een oplossing voor droogte of wateroverlast alleen. Het gaat om het creëren van de juiste randvoorwaarden, zodat beplanting zich kan ontwikkelen onder wisselende en soms extreme weersomstandigheden. Als aan die randvoorwaarden is voldaan, ontstaat een weerbare beplanting die beter bestand is tegen de uitdagingen waar beheerders steeds vaker mee te maken krijgen.
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|