Bestuivende insecten verdwijnen sneller dan gedacht |
|
|
|
|
 |
| 59 sec |
Zweefvliegen nemen in 30 jaar met 50 tot 90 procent af
Het aantal bestuivende insecten neemt sneller af dan verwacht. Nieuw onderzoek naar zweefvliegen op verschillende locaties laat zien dat hun aantallen in de afgelopen dertig jaar met 50 tot 90 procent zijn gedaald. Dat is zorgelijk, omdat zweefvliegen na bijen de belangrijkste bestuivers zijn.
| Een bestuiver op een voorjaarsbloem (Beeld: NWST) |
Tegen deze achtergrond start EIS Kenniscentrum Insecten deze week een landelijke telling van bestuivers. Het onderzoek gebeurt in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Cruciaal voor groen en voedsel
Bestuivende insecten spelen een belangrijke rol in zowel natuur als openbare ruimte. Ze zorgen voor de voortplanting van planten en vormen voedsel voor vogels, vleermuizen en andere dieren. Ook voor de voedselproductie zijn ze onmisbaar. Ongeveer 85 procent van de voedselgewassen is afhankelijk van insectenbestuiving. Zonder bestuivers zouden veel fruitsoorten en andere gewassen verdwijnen uit boomgaarden en winkels.
|
|
Dat is zorgelijk, omdat zweefvliegen na bijen de belangrijkste bestuivers zijn
| |
|
Leefgebied onder druk
De belangrijkste oorzaak van de afname is het verlies aan geschikt leefgebied. Door intensieve landbouw, gebruik van pesticiden, stikstof en verdroging verdwijnen voedselbronnen en nestplekken voor insecten. Dat raakt ook het stedelijk gebied. Minder bloemrijk groen en eenzijdige inrichting van de openbare ruimte maken het voor bestuivers lastiger om zich te handhaven.
|
|
Zonder bestuivers zouden veel fruitsoorten en andere gewassen verdwijnen uit boomgaarden en winkels
| |
|
Opgave voor gemeenten en beheerders
Voor gemeenten en groenaannemers ligt hier een duidelijke opgave. Inrichting en beheer van bermen, plantsoenen en parken kunnen bijdragen aan herstel van leefgebieden, bijvoorbeeld door meer variatie, bloeiende beplanting en extensiever beheer. Volgens Europese afspraken moet de achteruitgang van bestuivers uiterlijk in 2030 zijn gestopt, waarna herstel moet inzetten. Dat vraagt om gerichte maatregelen in zowel landelijk als stedelijk gebied.
|
|
De belangrijkste oorzaak van de afname is het verlies aan geschikt leefgebied. Voor gemeenten en groenaannemers ligt hier een duidelijke opgave
| |
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|