Tien ingrepen maken transformatorhuisjes sneller natuurinclusief |
|
|
|
|
 |
| 83 sec |
Gerichte keuzes helpen netbeheerders en gemeenten vooruit
Netbeheerders kunnen laagspanningsstations sneller en eenvoudiger natuurinclusief inrichten met een vaste set van tien maatregelen. Witteveen+Bos Raadgevend Ingenieurs stelde de lijst op in opdracht van Collectief NatuurInclusief. De selectie moet standaardisatie en snellere besluitvorming ondersteunen en biedt gemeenten houvast bij gebiedsontwikkeling.
| Beeld ter illustratie, gegenereerd met AI |
Volgens de opstellers kan de gezamenlijke impact van alle laagspanningsstations groot zijn. In de factsheet staat: 'Door ecologisch beheer, minder maaien en geen chemische middelen krijgt beplanting ruimte om te bloeien en groeit de biodiversiteit rondom en op het station.'
Van brede verkenning naar praktische shortlist
De tien maatregelen komen voort uit een verkenning van natuurinclusieve opties voor transformator- en laagspanningsstations in stedelijk gebied. Eerst is een longlist opgesteld, die is beoordeeld op ecologische en sociale impact, uitvoerbaarheid en kosten. Voor de ecologische score is gebruikgemaakt van biodiversiteitsscores uit de Infranatuur-poster van Naturalis, aangevuld met expert judgement.
|
|
'Door ecologisch beheer, minder maaien en geen chemische middelen krijgt beplanting ruimte om te bloeien en groeit de biodiversiteit rondom en op het station'
| |
|
De praktische haalbaarheid is getoetst met assetmanagers van Stedin, Enexis en Alliander. Daarbij is gekeken naar beheer, onderhoud, veiligheid en juridische risico's, waaronder beschermde soorten. De notitie wijst erop dat juist dat laatste de uitvoerbaarheid kan beperken, bijvoorbeeld bij vleermuizen.
 | | Factsheet trafohuisjes natuurinclusief Witteveen+Bos |
|
|
De 10 maatregelen
| 1. | | Ecologisch beheer (minder maaien/snoeien, geen chemische middelen)
| | 2. | | Insectenoase (dood hout, stenen en zandhopen/nestheuvels op maaiveld en/of dak)
| | 3. | | Struikenboeket (gevarieerd inheems struikgewas rond het station, waar ruimte is)
| | 4. | | Kruidenrijk gras (inheemse grassen en kruiden voor insecten, liefst uit de regio)
| | 5. | | Halfverharding (bijv. (leem)grind/split of grastegels i.p.v. dichte bestrating)
| | 6. | | Insectenwand (nest-/schuilplekken voor insecten aan de gevel, zoals wand of hotel)
| | 7. | | Sedumdak (groen dak extensief)
| | 8. | | Natuurdak (groen dak intensief met inheemse bloemen/kruiden, eventueel waterberging)
| | 9. | | Geveltuin (grondgebonden klimplanten met steunconstructie, niet bij deuren/roosters)
| | 10. | | Groene gevel (gevelschil die muurplanten/mossen/korstmossen laat groeien, met geschikt materiaal)
|
|
Drie typen maatregelen
De shortlist maakt onderscheid tussen drie categorieën. De eerste bestaat uit maatregelen die netbeheerders zelf kunnen doorvoeren, zoals ecologisch beheer, kruidenrijk gras en inheems struikgewas. De tweede categorie vraagt aanpassingen aan gebouw of dak, zoals sedum- of natuurdaken en groene gevels. De derde categorie gaat over samenwerking met gemeenten, bijvoorbeeld bij koppelkansen in de openbare ruimte.
Hulp bij afstemming in de openbare ruimte
De maatregelen zijn bedoeld als gesprekstool tussen netbeheerders, gemeenten en aannemers. De notitie benadrukt dat laagspanningsstations vooral een ondersteunende rol hebben binnen een bredere, integrale gebiedsaanpak. Actief beleid rond natuurinclusieve stations kan volgens de auteurs bijdragen aan draagvlak en een snellere realisatie van nieuwe stations.
|
|
De praktische haalbaarheid is getoetst en daarbij is gekeken naar beheer, onderhoud, veiligheid en juridische risico's, waaronder beschermde soorten
| |
|
| Witteveen+Bos Raadgevend ... | |
| |
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|