Whatsapp Facebook X LinkedIn Instagram RSS feed

Noten (én zaden) met ballen: top tien vruchtdragende bomen

ARTIKEL
SORTIMENT
Facebook Twitter Linkedin Whatsapp
Marko Mouwen en Karlijn Raats, woensdag 6 maart 2024
390 sec


Top 10 nut crackers

Binnen de vruchtdragende bomen vormen notenbomen een aparte categorie. Marko Mouwen van Boomkwekerij Ebben zet er tien op een rij die in zijn ogen met recht 'bomen met noten' genoemd kunnen worden. 'Bomen zijn er niet alleen om ergens mooi te staan, ze hebben ook nut voor de omgeving. Vogels en eekhoorns doe je een groot plezier met noten. En je krijgt er draagvlak onder burgers mee, want het is een spektakel om te zien hoe dieren zich tegoed doen aan noten. Ook zijn notenbomen een must-have in voedselbosjes.'

Juglans regia
Juglans regia

1. Castanea sativa 'Lyon'

Castanea sativa, tamme kastanje, diende van oorsprong als voedsel voor boeren in bergachtige regio's in een gebied dat strekte van Portugal tot en met Turkije. In 1768 beschreef de Engelse botanicus Philip Miller de tamme kastanje. In Turkije wordt die nog steeds veel gegeten; in steden staat op elke straathoek een standje met geroosterde tamme kastanjes.

De Nederlandse naam van Castanea sativa 'Lyon' of 'Marron de Lyon' is grootvruchtige tamme kastanje. Hij komt van oorsprong uit Frankrijk. Hij heeft sterk geurende bloemen en lokt daarmee bijen en insecten. Omdat deze cv zoveel energie in zijn vruchten steekt, groeit hij minder snel dan de wilde Castanea sativa. Hij wordt uiteindelijk zo'n 7 m hoog, ideaal als hoogstam of halfstam voor een wat kleinere tuin. Hij bloeit in juni-juli en is eenhuizig, dus heeft zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen en bestuift zichzelf. Castanea sativa 'Lyon' draagt al op jonge leeftijd vruchten. De noten zijn een stuk groter dan die van de soort en hij heeft een veel grotere vruchtproductie in vergelijking met de soort. De noten hebben een heel specifieke smaak en kunnen worden gedroogd of gepureerd. Deze boom groeit op alle gronden, van zure grond tot kleigrond, en houdt niet van verharding.


Juglans regia

Iedereen kent hem, de gewone walnoot. Juglans regia is in 1753 botanisch beschreven door de Zweedse botanicus Carl Linnaeus, maar historisch gezien gaat de oorsprong terug tot 7000 voor Christus in het oude Perzië. Hij kwam naar West-Europa via de Macedonische veroveringstochten onder Alexander de Grote omwille van de eetbare noot. Vandaaruit is hij in de hele wereld geïntroduceerd. Hij wordt als solitair en in bossen toegepast.

Juglans regia heeft een relatief grillige, open, ronde kroon en kan 150 tot 250 jaar oud worden, maar er zijn exemplaren bekend van 300 tot 400 jaar oud. Hij kent een snelle jeugdgroei. In optimale omstandigheden kan hij in Nederland 22 m hoog worden en evenzo breed. Door zijn penwortel is hij beschermd tegen windworp. Vogels en knaagdieren zijn gek op de noten en de soort wordt ook vooral door dieren goed verspreid. Dat zie ik in mijn tuin voor mijn neus gebeuren: eekhoorns komen de noten bij de vleet ophalen. Dat maakt deze boom zo leuk; hij is geweldig nuttig voor dieren.

Juglans regia bloeit met mannelijke bloemen en groene katjes in april-mei en verspreidt een geur die de meeste insecten op afstand houdt. Op dat gebied levert hij een vrij lage bijdrage aan de biodiversiteit. Uit de vrouwelijke bloemen ontstaan één tot drie noten, die rijpen van eind september tot oktober. Dan drogen en verbruinen de bolsters en splijten ze open. Hij is als hoogstam en meerstam te verkrijgen en is toepasbaar in parken, op daktuinen en in voedselbossen. De noten verschijnen pas na ongeveer 15 jaar. Ze rijpen van eind september tot oktober. De groene bolsters drogen op, worden bruin en gaan splijten.

Juglans regia groeit het liefste in de volle zon en kan tegen zowel natte als droge omstandigheden. Hij is zeer winterhard en kan temperaturen tot -30 graden Celsius aan, maar is niet dol op voorjaarsvorst; dan kunnen de eindscheuten bevriezen. Hij is matig droogtetolerant en gevoeliger voor droogte dan Castanea sativa. Omdat gevallen bladeren allopathische chemicaliën bevatten om concurrentie op afstand te houden, kan Juglans regia het best op een plaats zonder onderbeplanting staan. De kenmerkende geur van het gevallen blad vind ik wel een mooie meerwaarde. Door zijn omvang is hij vooral geschikt voor parken, maar ook in voedselbossen is hij een must-have. We bespreken drie cv's met heerlijke eetbare noten.


2. Juglans regia 'Broadview'

Dit is een echte vruchtsoort, net als 'Buccaneer'. Hij heeft veel grotere, dikkere eetbare noten dan de soort. Hij komt van oorsprong uit Odesa in Oekraïne en is ontdekt in British Colombia in Canada.
Juglans regia 'Broadview' verspreidt een geur die de meeste insecten op afstand houdt. Hij groeit trager dan de soort en is kleiner; in Nederland wordt hij zo'n 15-20 m hoog. Hierdoor is hij ook geschikt voor kleinere tuinen. Hij wordt vooral toegepast als hoogstamboom en bloeit in mei-juni.


3. Juglans regia 'Buccaneer'

Deze cv komt uit Nederland, uit het dorpje Neer in Limburg. Hij geeft wat minder noten dan de soort, maar wel grotere. Hij blijft ook wat kleiner dan de soort: 15-20 m hoog. Net als 'Broadview' verspreidt hij een geur die de meeste insecten op afstand houdt. Hij wordt toegepast als hoogstam en meerstam. In tegenstelling tot bij de soort verschijnen de noten al op jonge leeftijd.


4. Juglans regia 'Purpurea'

Deze boom wordt ook wel bloedwalnoot genoemd. Het is een zeer zeldzame veredelde soort van de walnotenboom. Hij wordt eerder gecultiveerd om de bladkleur dan om een rijke vruchtdracht; de boom heeft namelijk grote, geveerde, roodgekleurde bladeren en rode walnootschillen. Hij komt van oorsprong uit Centraal-Azië en is in 1938 ontdekt. Hij bloeit in mei-juni en geeft minder vruchten dan de soort. De walnoten zijn kleiner en rijpen in september-oktober. De boom wordt niet hoger dan 3 tot 5 m en wordt vooral als klein blijvende sierboom toegepast in tuinen en parken.


Carya

Het geslacht Carya oftewel hickorynoot omvat 17 tot 19 soorten bladverliezende bomen met geveerde bladeren en grote noten. Uiterlijk lijken de bomen veel op elkaar; de meeste zijn groot tot zeer groot, meer dan 40 m hoog in het natuurlijk verspreidingsgebied. Kenmerkend voor alle Carya's is de open kroon. We bespreken drie cv's met heerlijke eetbare noten, die alle drie bij Boomkwekerij Ebben op de daktuin staan.

Carya illinoinensis

5. Carya illinoinensis

Deze wordt ook wel pecannoot genoemd. Hij wordt in Nederland vooral veel als hoogstamboom gekweekt, want hij doet het erg goed in ons klimaat. Wij kunnen hem ook prima verplanten. Hij komt oorspronkelijk uit de Verenigde Staten en is daar nog steeds een belangrijk notengewas. De noten werden door de oorspronkelijke bewoners gebruikt om te ruilen voor bont en andere dingen. Hij heeft een mooi samengesteld blad, dat wat doet denken aan een essenblad. Het is kleiner dan het blad van Castanea sativa en Juglans, waardoor de kroon prachtig transparant is. De boom heeft een mooie gele herfstverkleuring. De boom houdt van goed gedraineerde humusrijke grond en groeit langzaam. In zijn jeugd heeft hij een beetje een hekel aan vorst. Hij is na circa 20 jaar vruchtbaar en levert noten vanaf het vierde jaar. De grootste notenproductie is tussen het 75e en 225e levensjaar. Bepaalde pecannootrassen worden als productienoten geteeld in enorme plantages in de zuidelijke staten van de VS. De boom is rond 1766 in Europa geïntroduceerd en via Engeland verspreid. Hij heeft mannelijke en vrouwelijke bloemen, die bloeien in april-mei. Vanaf oktober zijn de noten rijp. De boom kan wel 30 m hoog worden en past het beste in parken of grote tuinen.


Carya ovata

6. Carya ovata

De Nederlandse naam is witte bitternoot. In Nederland wordt deze nog relatief weinig gekweekt. Hoewel de naam bitternoot anders doet vermoeden, zijn de wit-bruin gekleurde noten zoet en smaken ze heerlijk. Qua vorm lijken ze op pecannoten. De boom heeft een smalle, ovaalvormige kroon en komt in een groot verspreidingsgebied voor: in de oostelijke en centrale staten van de VS en in Zuidoost-Canada. De boom is sinds 1629 in Engeland in cultuur en vanaf daar in Europa verspreid.

Carya ovata kan in zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied 30 tot 40 m hoog worden, in Nederland circa 20 m. De bladeren van Carya ovata zijn wat ronder dan die van Carya illinoinensis. Carya ovata levert vanaf het derde tot vierde levensjaar al één keer per twee jaar een zeer goede notenoogst vanaf eind oktober tot begin november, hoewel de opbrengst nog weleens onvoorspelbaar kan zijn. Daarmee is het een van de beste notenproducenten van de VS. Wat ik mooi vind aan deze boom, is de karakteristiek afschilferende grijze bast - vandaar de Amerikaanse bijnaam shagbark hickory - en de goudgele herfstverkleuring. En de noten zijn extra nuttig; er wordt namelijk olie uit gemaakt om mee te koken.


Carya cathayensis

7. Carya cathayensis

De Nederlandse naam van deze boom is Chinese bitternoot; hij wordt ook wel Chinese hickory genoemd. De boom is in 1915 door de Nederlands-Amerikaanse plantenverzamelaar Frank Meyer gevonden in Midden-China. De boom is in 1917 in Noord-Amerika geïntroduceerd. Hij is uiterst zeldzaam in Europa, dus nog weinig in cultuur, maar is een specialiteit in en rond de Chinese stad Hangzhou. Een kwestie van onbekend maakt onbemind, maar op de daktuin van Boomkwekerij Ebben staat hij prachtig. De eetbare noten, die aan het einde van de herfst rijp zijn, smaken zoet en kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Uit de noten wordt ook een rijke olie gemaakt om mee te koken. De ongepelde noot kan zes maanden bewaard blijven.

Carya cathayensis is een grote boom, 15 tot ca. 20 m hoog, met een vrij smalle koepelvormige kroon en mooie gele herfstverkleuring. Hij houdt van vochtige grond en is geschikt voor zandgronden, medium leemgronden en zware kleigronden. Hij kan niet groeien in de schaduw. Carya cathayensis krijgt mannelijke en vrouwelijke bloemen, die bloeien in mei-juni. Bestuiving gebeurt door de wind.


Corylus avellana

De Nederlandse naam is gewone hazelaar. Hazelnoot was reeds ver voor onze jaartelling een lekkernij van Zuid-Europa tot Azië. Het is een struikvorm, niet te verwarren met de Turkse hazelaar, C. colurna, die je in ons land ook wel eens aangeplant ziet als straatboom. Corylus avellana geeft een grotere oogst dan C. colurna en ook grotere noten. De soortnaam avellana verwijst naar het Italiaanse stadje Avellino, in de Romeinse tijd het centrum van de hazelnotenteelt. Corylus avellana is inheems in heel Nederland, behalve op de Waddeneilanden, en op grote schaal in heel Nederland aangeplant. De struik heeft een groot regeneratief vermogen: als je een tak wegknipt, krijg je er vier voor terug. We bespreken drie cv's met heerlijke eetbare noten.

Corylus avellana 'Halle'sche Riesen'

8. Corylus avellana 'Halle'sche Riesen'

Deze boom is afkomstig uit Duitsland en levert in september langvormige, zeer smakelijke hazelnoten die lang bewaard kunnen worden. De vruchten zijn groter en glanzender dan die van de soort. Eekhoorntjes zijn dol op de hazelnoten. De struik geeft sierlijke gele katjes in de winter en heeft een mooi wintersilhouet als de bladeren zijn gevallen. Hij staat het liefste op een zonnige tot schaduwrijke standplaats en bloeit al in februari-maart. Hij wordt 5 tot 10 m hoog en is ook geschikt voor kleinere tuinen.


Corylus avellana 'Wunder aus Bollweiler'

9. Corylus avellana 'Wunder aus Bollweiler'

Dit 'wonder uit Bollweiler' komt net als 'Halle'sche Riesen' uit Duitsland, met eveneens gele katjes in de winter en grotere vruchten dan de soort. Hij geeft al op jonge leeftijd noten die eind september-begin oktober rijp zijn, met een heel regelmatige vruchtproductie. Hij heeft een prachtige oranje-gele herfstkleur. Corylus avellana 'Wunder aus Bollweiler' kan op een zonnige tot schaduwrijke standplaats staan en bloeit in februari-maart. Net als 'Halle'sche Riesen' wordt hij niet hoger dan 5 tot 10 m.


Corylus avellana 'Webb's prize Cob'

10. Corylus avellana 'Webb's prize Cob'

Deze boom komt van oorsprong uit Engeland. Hij heeft net als de twee eerder genoemde cv's sierlijke gele katjes in de winter en net als 'Wunder aus Bollweiler' een oranje-gele herfstkleur. Hij heeft een treurig gevormde groeiwijze en geeft meer en grotere noten dan de soort, die eind september-begin oktober rijp zijn. Hij doet het goed op zonnige tot schaduwrijke standplaatsen. Hij wordt niet hoger dan 3 tot 4 m en past daardoor ook prima in kleine tuinen. Hij bloeit in februari-maart.


Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd.   LOGIN   of maak gratis een account aan.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel

Tip de redactie


ONDERDELEN
Archief
Dossiers
GIP
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER