Niet elke stad vraagt om dezelfde klimaataanpak |
|
|
|
|
 |
| 79 sec |
Onderzoek onder ruim 1200 Europese steden laat zien dat gemeenten vooral kunnen leren van vergelijkbare steden
Groeiende steden, krimpende steden, gevestigde steden en metropolen hebben elk een andere aanpak nodig om zich aan te passen aan klimaatverandering. Dat blijkt uit een grootschalig Europees onderzoek, waaraan ook de Radboud Universiteit meewerkte. Volgens de onderzoekers kunnen gemeenten betere keuzes maken door te kijken naar steden met vergelijkbare kenmerken.
Voor het onderzoek combineerden de wetenschappers gegevens van 1263 Europese steden met een analyse van 1613 wetenschappelijke beoordelingen van klimaatmaatregelen. Op basis van onder meer bevolkingsontwikkeling, ruimtelijke opbouw en sociaaleconomische kenmerken onderscheiden zij vier typen steden: groeiende steden, krimpende steden, gevestigde steden en metropolen.
Welk type stad vraagt welke aanpak?
Volgens de onderzoekers verschillen de klimaatrisico's en de mogelijkheden om maatregelen uit te voeren sterk per type stad. Daardoor is een oplossing die in de ene gemeente goed werkt, niet automatisch geschikt voor een andere. Bij metropolen en gevestigde steden ligt de grootste opgave volgens het onderzoek vooral bij gebouwen en mobiliteit. Maatregelen als het verduurzamen van gebouwen, elektrificatie, beter openbaar vervoer en meer fietsinfrastructuur kunnen daar veel opleveren. Voor gevestigde steden noemen de onderzoekers daarnaast stedelijke vergroening als belangrijke maatregel.
|
|
De onderzoekers onderscheiden vier typen steden, elk met een eigen klimaatopgave
| |
|
Groeiende steden vragen om ruimte voor groen
Groeiende steden hebben vaker te maken met hitte, droogte en een tekort aan stedelijk groen. Volgens de onderzoekers is het daarom belangrijk om bij nieuwe ontwikkelingen direct ruimte te reserveren voor bomen, groenstructuren, schaduw en waterberging. Juist tijdens de groei van een stad kunnen keuzes in de inrichting de klimaatbestendigheid voor de lange termijn bepalen. Krimpende steden kampen juist vaker met verouderde infrastructuur en een groter risico op wateroverlast. Daar kunnen natuurgebaseerde oplossingen, investeringen in waterbeheer en het vernieuwen van infrastructuur bijdragen aan zowel klimaatadaptatie als het terugdringen van de uitstoot.
|
|
Steden kunnen het meeste leren van gemeenten met vergelijkbare kenmerken
| |
|
Meer praktijkkennis nodig
De onderzoekers benadrukken dat er geen standaardrecept bestaat. Klimaat, bebouwing, economie en bestuurlijke slagkracht bepalen samen welke maatregelen kansrijk zijn. Volgens hen kunnen gemeenten daarom beter kijken naar steden die qua ontwikkeling en opbouw op elkaar lijken dan naar algemene voorbeelden. Tegelijk constateren de onderzoekers dat veel bestaande studies zijn gebaseerd op modellen en simulaties. Er is nog relatief weinig praktijkonderzoek naar de effecten van klimaatmaatregelen. Meer gegevens uit de dagelijkse praktijk moeten helpen om beter te beoordelen welke maatregelen onder welke omstandigheden het meeste effect hebben.
|
Meer praktijkonderzoek moet duidelijk maken welke klimaatmaatregelen echt werken
| |
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|