Whatsapp Facebook LinkedIn Instagram RSS feed

Verrassende Phlomis blijkt zeer veelzijdig

ARTIKEL
SORTIMENT
Facebook Linkedin Whatsapp
Ronald Houtman, maandag 3 augustus 2026
323 sec


Het geslacht Phlomis bestaat uit zo'n 90 natuurlijke soorten

Sommige geslachten hinken een beetje op twee gedachten. Je verwacht het één, maar krijgt iets anders. Phlomis is zo'n geslacht. De meeste mensen denken direct aan vaste planten, die het bekendst zijn, maar veel mensen weten niet dat een deel uit (half)heesters bestaat. Als geheel maakt dit Phlomis alleen maar interessanter. En veelzijdiger, want dat is deze groep planten zeker.

<i>Phlomis samia</i> met hommel
Phlomis samia met hommel

Het geslacht Phlomis bestaat uit zo'n 90 natuurlijke soorten, waarvan er 12 in Europa voorkomen. Het verspreidingsgebied loopt van het Middellandse Zeegebied via Klein-Azië tot in China. Het geslacht behoort tot de Lamiaceae, de lipbloemigenfamilie, waarmee het dus verwant is aan onder andere Agastache, Caryopteris, Lamium, Lavandula, Nepeta, Salvia en Thymus. Net zoals de meeste andere geslachten in deze familie heeft Phlomis de kenmerkende vierkante stengels, tegenover elkaar staande bladeren en bloemen die steeds in kransen lijken te staan. Maar dat staan ze niet echt; het zijn steeds twee bundels die tegenover elkaar langs de bloemsteel staan. Het effect is dat ze in kransen lijken te staan; het zijn dus schijnkransen. Ook kenmerkend is de tweezijdig symmetrische bloemvorm. Iedere bloem bestaat uit een bovenlip en een onderlip. Bij Phlomis is de bovenlip een soort kap, die de stamper en meeldraden beschermt. De onderlip is groter en breder dan de bovenlip en bestaat uit drie lobben. De bloemen zijn wit, geel of (licht)paars.

Brandkruid

De Nederlandse naam voor Phlomis is brandkruid. Ook de verschillende soorten worden gewoon brandkruid genoemd. De naam is Grieks en verwijst waarschijnlijk naar het Griekse phlogmos, wat ontsteking betekent. Dit slaat op het feit dat de gedroogde, wollige Phlomis-bladeren in het oude Griekenland werden gebruikt als lampenpit. Soms wordt ook verwezen naar de (niet bewezen) heilzame werking van de bladeren van Phlomis bij brandwonden. Andere Nederlandse namen die gebruikt worden om Phlomis aan te duiden, zijn etagebloem, Jeruzalemkaars en viltkruid.


De Nederlandse naam voor Phlomis is brandkruid

Winterbeeld <i>Phlomis</i>
Winterbeeld Phlomis

Heester of vaste plant

Een aantal Phlomis gedraagt zich als echte vaste plant. Hoewel ze vaak wintergroen zijn, vormen ze geen houtige twijgen. Voorbeelden hiervan zijn Phlomis russeliana en P. tuberosa. Ook P. samia is een vaste plant. Een aantal andere soorten vormt echter wel houtige twijgen, wat ze tot heester maakt. In koudere winters sterven deze houtige twijgen vaak gedeeltelijk in, waardoor we over halfheesters spreken. Overigens komen deze koude winters steeds minder vaak voor en blijven de planten tegenwoordig tot in de toppen leven. Wel kan het blad van diverse soorten behoorlijk beschadigen tijdens vorstperiodes. In het voorjaar zijn de bruine bladeren dan lelijk, totdat de nieuwe scheuten zijn gevormd. De bekendste heester in het geslacht is Phlomis fruticosa. Andere heesterachtige Phlomis die op kleine schaal in Nederland worden gekweekt, zijn P. grandiflora, P. italica, P. lychnitis en P. purpurea.
Opvallend genoeg worden in de laatste gedrukte versie van de Naamlijst van Houtige Gewassen (Naktuinbouw, 2021) alleen de (half)heesters opgesomd, terwijl in de Naamlijst van Vaste Planten zowel de vaste planten als de (half)heesters worden genoemd.


<i>Phlomis russeliana</i>
Phlomis russeliana

Vaste planten

Phlomis russeliana en P. tuberosa zijn de belangrijkste vaste planten van het geslacht. Omdat de meeste vaste planten lila tot (licht)paars bloeien, vallen de gele bloemen van P. russeliana best wel op in dit sortiment. Vanuit bodembedekkende rozetten met grote, viltachtig behaarde, grijzig groene bladeren groeien circa 80 cm hoge bloemstengels omhoog. De bloemen staan steeds in dichte schijnkransen langs de stelen, waardoor een mooi etage-achtig effect ontstaat. De onderlip is diepgeel, de bovenlip is lichter geel. De bloemen openen van juni tot in augustus. Als ze zijn uitgebloeid, blijven de bloemstelen nog maandenlang staan, wat een fraai winterbeeld oplevert.
Qua blad lijkt Phlomis samia wat op P. russeliana, maar de bladeren van deze soort bedekken de bodem iets minder. De bloemen, die in schijnkransen langs de circa 70 cm hoge stelen staan, hebben een bijzondere kleur. De bovenlip is licht beigebruin en de onderlip is licht lilapaars. P. samia is een wat illustere soort, die helaas nogal eens niet soortecht wordt gekweekt. In de praktijk wordt nog regelmatig P. russeliana geleverd als er om P. samia wordt gevraagd.
Phlomis tuberosa is, naast P. russeliana, de bekendste soort. Deze soort groeit beduidend hoger en wordt tussen 1,2 en 1,5 m hoog. Vanuit dikke wortelstokken groeien lange stengels omhoog, waarlangs de rozepaarse bloemen in schijnkransen verschijnen. De bloemen openen van juni tot in augustus. De midden- tot donkergroene bladeren zijn minder groot dan bij P. russeliana en bedekken de bodem ook iets minder. Maar de vele bloemstelen zorgen toch voor dichte planten. De cultivar 'Amazone' wordt overigens veel vaker gekweekt dan de soort P. tuberosa.
Bij gespecialiseerde kwekers zijn soms ook andere vaste planten verkrijgbaar, zij het op kleine schaal. Dan gaat het om planten van onder andere Phlomis bracteata, P. cashmeriana, P. herba-venti, P. pratensis en P. taurica.


<i>Phlomis fruticosa</i>
Phlomis fruticosa

(Half)heesters

Van de houtige soorten wordt Phlomis fruticosa van oudsher het meest gekweekt. Deze soort komt van nature in de oostelijke helft van het Middellandse Zeegebied voor. Het is een wintergroene struik die ruim een meter hoog zal worden. De licht grijsbruine takken dragen zacht behaarde, ovale bladeren. De bloemen, die net zoals bij de vaste planten in het geslacht in schijnkransen staan, zijn diepgeel. De combinatie van het licht grijzig groene blad en de heldere bloemkleur geven P. fruticosa een zomerse uitstraling. Door de vaak wat bochtige bloemstelen heeft deze soort de neiging een wat warrige uitstraling te krijgen als deze bloeit.
Phlomis lychnitis lijkt wat op P. fruticosa, maar de bladeren zijn smaller en groener. De bloemen, die in meerdere schijnkransen boven elkaar langs de bloemstelen staan, zijn helderder geel van kleur.
Net zoals bij de vaste planten zijn de bloemen van de houtige Phlomis geel of (lila)paars. Phlomis italica is weliswaar een houtig gewas, maar valt eerder in de categorie halfheesters, omdat de twijgen 's winters gewoonlijk gedeeltelijk insterven. Toch kan deze soort ruim een meter hoog worden. De bladeren zijn smal ovaal en (wederom) zacht behaard. De zachtpaarse bloemen openen vanaf juni tot in augustus. En net zoals bij de andere soorten staan ze in schijnkransen.
De naam verraadt het al, ook P. purpurea bloeit paars. Deze soort is nauw verwant aan P. italica, maar de bladeren zijn minder dicht behaard. De bladeren, die steeds onder de schijnkransen staan, zijn bij P. purpurea breder en meer toegespitst aan de top. De bloemen zijn lichtpaars.
Andere houtige Phlomis-soorten en -cultivars worden voornamelijk in Zuid-Europa gekweekt. Hiertoe behoren soorten als Phlomis bovei (subsp. maroccana), P. grandiflora en P. viscosa.


Deze soort komt van nature in de oostelijke helft van het Middellandse Zeegebied voor.

<i>Phlomis</i> Edward Bowles
Phlomis Edward Bowles

Hybriden

Er is een aantal hybriden van Phlomis. Een oude hybride is Phlomis 'Edward Bowles'. Aanvankelijk werd aangenomen dat dit een cultivar is van P. fruticosa, maar inmiddels wordt de plant beschouwd als een hybride tussen Phlomis fruticosa en P. russeliana. De plant wordt zo'n 80 cm hoog en heeft vrij brede, licht behaarde, donkergroene bladeren. De bloemen, die groter zijn dan bij beide ouders, zijn iets lichter geel dan bij P. fruticosa, maar iets donkerder dan bij P. russeliana.
Vanuit Zuid-Frankrijk zijn verschillende hybriden geïntroduceerd. De zachtpaars bloeiende 'Marina' is ontstaan uit een kruising tussen Phlomis purpurea en P. italica. Beide ouders lijken vrij sterk op elkaar, dus ook de hybride, behalve dat de bloemen iets lichter paars zijn. De lichtgeel bloeiende 'Le Chat' is ontstaan uit een kruising tussen de paarsbloeiende P. purpurea en de zachtgeel bloeiende P. crinita. De bladeren zijn zacht behaard met een lichtgrijze beharing. 'Le Sud', ten slotte, is ontstaan uit een kruising tussen Phlomis fruticosa en P. longifolia. De bladeren van deze geel bloeiende hybride zijn smaller dan bij P. fruticosa en zilverig behaard.


Standplaats en toepassing

Phlomis zijn uitgesproken zon- en warmteminnende planten. Ze staan dus het liefst in de volle zon en met name de heesterachtige soorten en hybriden verdragen behoorlijk veel droogte. De grondsoort is niet erg van belang, maar bij voorkeur wel goed gedraineerd, zodat overtollig hemelwater niet rond de wortels blijft staan. Op voedzame grond groeien de planten behoorlijk weelderig en zullen ze minder rijk bloeien dan op armere gronden. Ook is het niet erg als de grond wat stenig is.
Zowel de vaste planten als de houtige kunnen uitstekend in groepen worden toegepast. Het effect van de opstaande stelen met de schijnkransen wordt door de massa alleen maar versterkt. En ook in de winter behouden dergelijke plantvakken lang hun sierwaarde door de uitgebloeide bloeiwijzen. De heesterachtige Phlomis zijn ook geschikt om als losstaande struik toe te passen. In verhoogde (dus drogere) bakken en grotere rotstuinen zullen ze het goed doen, maar ook 'gewoon' in de tuin misstaan ze niet.
Ook aan biodiversiteit draagt Phlomis een steentje bij. Er zijn geen metingen van, maar de bloemen worden goed bevlogen door bijen en hommels en de imkers die Phlomis kennen, zijn positief over de planten. In Frankrijk wordt Phlomis zeer frequent bevlogen door de blauwzwarte houtbij. Deze wilde, solitaire bijensoort komt in Nederland zelden voor, maar het is te verwachten dat het aantal de komende jaren toeneemt. Maar behalve bestuivende insecten vormen de zaaddozen van Phlomis in het najaar en de winter een voedselbron voor vogels, zoals groenlingen en putters. Het wintergroene blad van met name Phlomis russeliana biedt 's winters beschutting aan allerlei kleine insecten.


<i>Phlomis italica</i>
Phlomis italica
Phlomis russeliana en P. tuberosa zijn al jarenlang veel toegepaste vaste planten. Lange tijd werd - deels terecht - aangenomen dat de heesterachtige Phlomis onvoldoende winterhard zijn in Nederland. In de praktijk blijkt dit tegenwoordig behoorlijk mee te vallen. De in dit artikel genoemde soorten en hybriden zijn in Nederland, geplant in de Boskoopse veengrond, de afgelopen acht jaar verrassend sterk gebleken. Zo sterk, dat besloten werd om een kruisingsprogramma op te zetten om hybriden te ontwikkelen die geschikt zijn voor toepassing in de openbare ruimte. Binnenkort zullen deze beschikbaar komen onder het merk GROWING HEROES, waarmee een nieuwe toepassing voor dit interessante en vooral zomerse geslacht is geboren!

Ronald Houtman
Ronald Houtman
LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel
tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.
GREEN OUTLET
Iedereen kan gratis kleine advertenties plaatsen via zijn eigen account.
Plaats een gratis advertentie

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER