Van gebiedsplan tot monitoring: gemeenten werken toe naar één digitale taal |
|
|
|
|
 |
| 132 sec |
Gemeenten willen plannen maken én resultaten meten met dezelfde data en dezelfde definities
Gemeenten gebruiken vaak verschillende databronnen, definities en meetmethoden. Dat maakt samenwerking lastig en zorgt ervoor dat resultaten moeilijk te vergelijken zijn. Binnen het DMI-ecosysteem wordt daarom gewerkt aan twee nieuwe hulpmiddelen die dezelfde kant op bewegen: één standaard voor de voorbereiding van gebiedsontwikkeling en één standaard voor het meten van beleidsresultaten.
| Beeld ter illustratie, gegenereerd met AI |
Wie een gebied wil ontwikkelen, begint meestal met dezelfde vragen. Hoe zit het met de bodem? Zijn er kabels en leidingen? Is er sprake van geluidsoverlast of wateroverlast? En wat staat het omgevingsplan eigenlijk toe? In de praktijk blijken gemeenten, ontwikkelaars en adviseurs die informatie lang niet altijd op dezelfde manier te verzamelen. Soms worden andere kaarten gebruikt, andere databronnen of zelfs andere definities. Dat kost tijd en kan later in het proces voor discussie zorgen. Om dat te voorkomen ontwikkelt het DMI-ecosysteem samen met onder meer Neprom de werkwijze MiniGIM. Dat is geen nieuw softwarepakket, maar een stappenplan dat beschrijft welke informatie aan het begin van een gebiedsontwikkeling nodig is en in welke volgorde die wordt verzameld. Het doel is simpel: iedereen werkt vanaf het begin met dezelfde informatie.
Eén taal
Die behoefte aan standaardisatie stopt niet zodra een gebied is ontworpen. Ook als gemeenten willen weten of hun beleid werkt, lopen ze tegen verschillen aan. De ene gemeente meet vergroening op een andere manier dan de andere. Dat geldt ook voor thema's als mobiliteit, gezondheid of woningbouw. Daardoor zijn resultaten lastig te vergelijken en is het moeilijk om van elkaar te leren. Daarom werken DMI en TNO tegelijk aan een landelijk indicatorenregister. Dat brengt bestaande indicatoren bij elkaar en zorgt ervoor dat gemeenten zoveel mogelijk dezelfde definities en meetmethoden gebruiken. Het idee is niet om alles opnieuw uit te vinden, maar juist om bestaande kennis te ordenen en te standaardiseren.
|
|
De behoefte aan standaardisatie stopt niet zodra een gebied is ontworpen. Ook als gemeenten willen weten of hun beleid werkt, lopen ze tegen verschillen aan
| |
|
Van plannen naar meten
MiniGIM en het indicatorenregister lijken op het eerste gezicht twee losse projecten, maar ze vullen elkaar juist aan. MiniGIM helpt gemeenten om aan de voorkant van een project dezelfde informatie te gebruiken. Het indicatorenregister zorgt ervoor dat gemeenten aan de achterkant ook op dezelfde manier kunnen meten wat een project heeft opgeleverd. Daarmee ontstaat stap voor stap één gezamenlijke werkwijze voor gebiedsontwikkeling: eerst dezelfde gegevens gebruiken om plannen te maken en daarna dezelfde methode gebruiken om de resultaten te beoordelen.
|
|
MiniGIM en het indicatorenregister lijken op het eerste gezicht twee losse projecten, maar ze vullen elkaar juist aan
| |
|
Praktijk
De eerste gemeenten bereiden zich inmiddels voor op het gebruik van MiniGIM. Onder meer Zwolle, Rotterdam, Dordrecht, Apeldoorn en Alkmaar worden genoemd als mogelijke gebruikers. Ook het indicatorenregister wordt al in de praktijk getest. De gemeente Nijmegen onderzoekt hoe het register kan helpen bij een nieuwe omgevingsmonitor. Daarbij kijkt de gemeente onder meer naar thema's als gezondheid, groen en mobiliteit. Het register moet bestaande dashboards en monitors niet vervangen, maar juist beter met elkaar verbinden.
|
|
Dat brengt bestaande indicatoren bij elkaar en zorgt ervoor dat gemeenten zoveel mogelijk dezelfde definities en meetmethoden gebruiken
| |
|
AI als volgende stap
Op langere termijn zien de initiatiefnemers ook een rol voor kunstmatige intelligentie. AI zou beleidsstukken kunnen analyseren, beleidsdoelen herkennen en voorstellen welke indicatoren daarbij passen. Dat kan gemeenten helpen om sneller te zien welke informatie nog ontbreekt. Volgens de initiatiefnemers blijft menselijke controle daarbij wel noodzakelijk, omdat de keuze voor indicatoren uiteindelijk een beleidsmatige en politieke afweging is.
|
|
Op langere termijn zien de initiatiefnemers ook een rol voor kunstmatige intelligentie
| |
|
Wat is DIM?
Dutch Metropolitan Innovations (DMI) is een samenwerkingsverband van overheden, bedrijven en kennisinstellingen. Het doel is om met data en digitale technologie gebiedsontwikkeling en mobiliteit slimmer en duurzamer te maken. Binnen DMI worden afspraken gemaakt over het veilig delen van data en het gebruik van gezamenlijke standaarden. Inmiddels doen 115 organisaties mee. Het initiatief wordt ondersteund door het Nationaal Groeifonds, dat hiervoor 85 miljoen euro beschikbaar stelde.
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|