Lichtvervuiling verlengt pollenseizoen in steden met maanden |
|
|
|
|
 |
| 79 sec |
Onderzoek laat zien dat bomen en planten door kunstlicht eerder bloeien en later stoppen
Het pollenseizoen duurt in stedelijke gebieden aanzienlijk langer dan op het platteland. Volgens Amerikaans onderzoek kan het verschil oplopen tot 130 dagen. Kunstlicht van straatverlichting, reclameborden en verkeer zorgt ervoor dat bomen en planten eerder in bloei komen en later stoppen met het produceren van pollen.
| Beeld ter illustratie, gegenereerd met AI |
De onderzoekers analyseerden tien jaar aan satellietgegevens over nachtelijke verlichting en vergeleken die met pollenmetingen. Daaruit blijkt dat het pollenseizoen in sterk verlichte steden zoals New York al vóór 1 maart kan beginnen. In landelijke gebieden met minder lichtvervuiling start het seizoen vaak pas een maand later. Ook in het najaar zijn verschillen zichtbaar: waar het pollenseizoen in de stad tot november kan doorlopen, eindigt het op het platteland vaak al in oktober.
Licht beïnvloedt groeicyclus
Planten gebruiken onder meer de lengte van de dag als signaal voor hun ontwikkeling. Naarmate dagen langer worden, komen bomen en planten in bloei en komt pollen vrij. Kunstlicht verstoort dat natuurlijke ritme. Daardoor gedragen planten zich alsof de dagen langer zijn dan ze in werkelijkheid zijn. Voor stedelijke beheerders is dat relevant, omdat een langer pollenseizoen gevolgen kan hebben voor de leefomgeving en de gezondheid van inwoners. Vooral mensen met hooikoortsklachten kunnen hierdoor langer aan pollen worden blootgesteld.
|
|
Het pollenseizoen kan in sterk verlichte steden al vóór 1 maart kan beginnen
| |
|
Warmte speelt ook een rol
Dat steden een langer pollenseizoen kennen, hangt niet alleen samen met verlichting. Ook het zogenoemde hitte-eilandeffect speelt mee. Wegen, gebouwen en andere verharding houden warmte vast, waardoor stedelijke gebieden warmer zijn dan hun omgeving. Om het effect van lichtvervuiling afzonderlijk te kunnen beoordelen, namen de onderzoekers ook temperatuur- en neerslaggegevens mee in hun analyse. Daarmee konden zij het effect van kunstlicht beter onderscheiden van de invloed van warmte.
|
|
Ook het zogenoemde hitte-eilandeffect speelt mee
| |
|
Soortkeuze kan verschil maken
Volgens de onderzoekers zijn er mogelijkheden om de effecten te beperken. Zo kan het dimmen van straatverlichting en reclameverlichting bijdragen aan een korter pollenseizoen. Daarnaast adviseren zij gemeenten om bij nieuwe aanplant rekening te houden met de gevoeligheid van boomsoorten voor kunstlicht. Sommige soorten reageren sterker op licht dan andere. De lindeboom blijkt bijvoorbeeld minder gevoelig voor lichtprikkels en meer afhankelijk van temperatuur. Door bewuster te kiezen voor dergelijke soorten kan de blootstelling aan pollen in stedelijke gebieden mogelijk worden beperkt.
|
|
Gemeenten kunnen bij nieuwe aanplant rekening houden met de gevoeligheid van boomsoorten voor kunstlicht. Zo is de lindeboom minder gevoelig voor lichtprikkels
| |
|
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|