Lange bloeiboog en juiste beplanting versterken biodiversiteit in de stad |
|
|
|
|
 |
| 218 sec |
Samenwerking vasteplantenkwekerij Griffioen Wassenaar en BeeGrateful
Dat groen in de stad zorgt voor verkoeling, regenwater opvangt en bijdraagt aan de luchtkwaliteit, is inmiddels wel bekend. Een groene leefomgeving heeft daarnaast aantoonbaar invloed op de gezondheid en het welzijn van bewoners.
| Living Landscape op rotonde Zeswielen in Alkmaar |
Tegelijk groeit de noodzaak om de onder druk staande biodiversiteit te herstellen. Niet alleen vanuit maatschappelijke verwachtingen, maar ook door regelgeving, zoals de Europese Natuurherstelwet. Zorgvuldig samengestelde beplanting én inzicht in wat die beplanting oplevert zijn daarbij van grote waarde. In die combinatie versterken vasteplantenkwekerij Griffioen Wassenaar en BeeGrateful elkaar.
De stad als kansrijke biotoop
Waar natuur vaak wordt geassocieerd met buitengebieden, blijkt juist de stad verrassend geschikt voor het vergroten van de biodiversiteit. Door de variatie in hoogteverschillen, verharding, beplanting, zon en schaduw ontstaat op kleine schaal een grote diversiteit aan leefomstandigheden voor insecten, vogels en andere dieren. Daarnaast wordt in stedelijk gebied minder gebruikgemaakt van gewasbeschermingsmiddelen en wordt de bodem minder intensief bewerkt. Daar liggen kansen voor het versterken van biodiversiteit. Openbaar groen speelt daarin een grotere rol dan vaak wordt gedacht. Het vertegenwoordigt een aanzienlijk deel van de totale waarde van ecosysteemdiensten, terwijl het maar een klein deel van het oppervlak inneemt. Door bewust te ontwerpen en te kiezen voor een gevarieerde en complete beplanting kan die potentie worden benut. Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar afzonderlijke plantvakken te kijken, maar naar het geheel: van park tot straat en zelfs het kleinste plantvak. Maar die kansen worden alleen benut als de inrichting van het groen klopt.
 | | Joyce Janse |
|
|
 | | Zoe van Helvoirt |
|
|
De lange bloeiboog als uitgangspunt
Volgens Joyce Janse, ontwerper en adviseur bij Griffioen, is de bloeiboog een belangrijk uitgangspunt bij het ontwerpen van een natuurlijke beplanting in stedelijk gebied. Dit uitgangspunt ligt aan de basis van het concept Living Landscape, dat Griffioen nu een aantal jaar aanbiedt. 'Met een doordacht beplantingsplan zorg je voor bloei van het vroege voorjaar tot ver in het najaar, en met bomen en heesters zelfs bijna jaarrond.' Dat vraagt om een strategische benadering. 'Inheemse soorten hebben van nature een relatief korte bloeiperiode. Daarom combineren we ze in onze Living Landscape-ontwerpen met andere, niet-inheemse soorten en cultivars. Op die manier staat er over een langere periode iets in bloei en ontstaat een continue voedselbron voor bestuivers. En het levert een aantrekkelijk beeld op voor omwonenden.'
|
|
Door bewust te ontwerpen en te kiezen voor een gevarieerde en complete beplanting kan die potentie worden benut
| |
|
 | | BeeGrateful Streetlite Bee&Bee |
|
|
Door klimaatverandering zijn bestuivers ook in het vroege voorjaar en late najaar actief, wat het belang van een lange bloeiboog verder vergroot. 'Juist buiten het traditionele seizoen is er vaak weinig voedsel beschikbaar. Daar kun je met een goede bloeiboog echt verschil maken,' aldus Janse. Het gaat daarbij niet alleen om de lange duur, maar ook om de kwaliteit. Zoe van Helvoirt, medeoprichter van BeeGrateful, licht dit toe: 'Bloemen moeten toegankelijk zijn en voldoende nectar en stuifmeel leveren. Te sterk doorgekweekte of gevulde bloemen dragen minder bij aan de voedselvoorziening voor bestuivers.' Janse vult aan dat ook de vasteplantenmatten van Griffioen een lange bloeiboog hebben. 'Ze bestaan uit een uitgekiend mengsel van ongeveer dertig soorten, waarvan ruim de helft inheems. De matten zijn er in vier varianten, elk afgestemd op specifieke omstandigheden. Daarmee zijn ze ideaal voor plekken in het openbaar groen waar snel een gesloten, natuurlijk en bloemrijk beeld moet ontstaan.'
Inheems, maar met nuance
Inheemse beplanting vormt de basis van de Living Landscape-ontwerpen. Deze soorten zijn al duizenden jaren afgestemd op lokale insecten en leveren vaak hoogwaardige nectar en stuifmeel. Toch vraagt de praktijk om nuance. 'We kiezen bewust niet voor honderd procent inheems,' zegt Janse. 'In het openbaar groen moet beplanting ook robuust zijn en er goed uit blijven zien. Daarom combineren we inheemse soorten met vaste planten die beter bestand zijn tegen stedelijke omstandigheden.' Met deze aanpak ontstaat een balans tussen ecologie en toepasbaarheid: de beplanting moet niet alleen geschikt zijn voor bestuivers, maar ook voor beheer en uitstraling.
Een gelaagde vegetatie
Een lange bloeiboog met vaste planten is belangrijk, maar voor een goed functionerend ecosysteem is meer nodig. Janse: 'Dat vraagt om een gelaagde vegetatie van vaste planten, bomen, heesters en bolgewassen. Dan ontstaat een systeem waarin de verschillende lagen in de beplanting elkaar aanvullen in bloeitijd, voedselaanbod, structuur en functie. Meer gevarieerde bloei leidt tot meer insecten, en die vormen op hun beurt een voedselbron voor vogels. Op die manier groeit een plantvak uit tot een klein ecosysteem.' Ook na de bloei blijft beplanting van waarde. 'In uitgebloeide stengels en bladeren overwinteren insecten en leggen ze hun eitjes. Daarnaast zorgen zaden, bessen en noten in het najaar voor voedsel voor vogels. Dat vraagt om aangepast beheer, waarbij beplanting niet direct wordt opgeruimd.'
|
|
De beplanting van Griffioen vormt het vertrekpunt
| |
|
Van beplanting naar inzicht
De beplanting van Griffioen vormt het vertrekpunt. Met monitoring maakt BeeGrateful inzichtelijk wat die beplanting oplevert. In de plantvakken van Griffioen worden bijenhotels geplaatst, waarmee wordt gevolgd hoeveel en welke soorten bestuivers zich vestigen. Deze metingen, mede gebaseerd op onderzoek van Wageningen University & Research (WUR), worden gekoppeld aan de omgeving en uitgewerkt in rapportages voor opdrachtgevers en gemeenten. 'Het bijenhotel is een middel,' zegt Van Helvoirt. 'We willen vooral begrijpen wat er gebeurt. Welke soorten komen er, hoe ontwikkelt dat zich en wat betekent dat voor de biodiversiteit in een buurt, wijk of gemeente? Hierom kijken we niet alleen naar het bijenhotel, maar ook naar de omgeving, gebaseerd op de ecologische vijf V's en de Basiskwaliteit Natuur. Daarbij duren onze onderzoeken minimaal drie jaar, zodat we aan het einde van dit traject concrete adviezen kunnen geven voor habitatverbetering.' De resultaten geven inzicht in hoe de beplanting functioneert in de praktijk.
Citizen science
Naast inrichting en monitoring speelt ook bewustwording een rol. Bij projecten worden bewoners betrokken bij wat er in de plantvakken gebeurt, bijvoorbeeld via hun educatieve platform de BuzzHub en citizen science. Daarbij voeren bewoners zelf metingen uit. 'We zien dat mensen nieuwsgierig worden als ze zien wat er gebeurt,' zegt Van Helvoirt. 'Via informatie en participatie gaan ze bewuster naar hun omgeving kijken, en vaak ook naar hun eigen tuin.' De resultaten uit monitoring en participatie worden gebundeld in rapportages, die gemeenten helpen om keuzes in beheer en inrichting beter te onderbouwen en het draagvlak in de wijk te vergroten.
Van groen naar resultaat
Waar Griffioen zorgt voor een zorgvuldig samengestelde beplanting met een lange bloeiboog, laat monitoring zien hoe die beplanting in de praktijk functioneert voor bestuivers en biodiversiteit. Daarmee verschuift de focus in stedelijk groen. Niet alleen naar wat er groeit, maar ook naar wat er leeft en hoe dat zich ontwikkelt. En juist dat inzicht maakt het mogelijk om biodiversiteit in de stad gericht te versterken.
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|