Circulair bodembeheer in Ede: gebiedseigen grond als basis voor nieuwe bomen |
|
|
|
|
 |
| 161 sec |
Gebiedseigen bodem krijgt een tweede leven met een voedingsmix op maat
In de gemeente Ede wordt op een voormalig kazerneterrein gewerkt aan een circulaire aanpak van bodembeheer. In opdracht van Van de Haar Groep leverde JdB groep een speciaal samengestelde voedingsmix waarmee gebiedseigen zand wordt opgewaardeerd tot hoogwaardige bomengrond. Door de bestaande bodem als uitgangspunt te nemen, ontstaat een duurzame oplossing voor nieuwe groeiplaatsen voor bomen, met minder transport, lagere kosten en behoud van lokale bodemkwaliteit.
| De bomen groeien op opgewaardeerd gebiedseigen grond |
Voor de ontwikkeling van een voormalig kazerneterrein in Ede werkt JdB groep samen met Van de Haar Groep aan een circulaire oplossing voor de aanleg van nieuwe groeiplaatsen voor bomen. In plaats van grond af te voeren en nieuwe bomengrond aan te voeren, wordt de aanwezige bodem op locatie geanalyseerd en opgewaardeerd met een speciaal samengestelde voedingsmix.
Bomengrond
'Dit project is in november vorig jaar begonnen en loopt nog steeds,' vertelt Dirk van Rooijen, specialist product en kwaliteit bij JdB groep. 'Het betreft de grond van een voormalig kazerneterrein waar nieuwbouw plaatsvindt. We hebben berekeningen gemaakt van de bodem, zodat we van de gebiedseigen grond bomengrond konden maken.' Daarvoor wordt eerst een analyse gemaakt van de bestaande bodem. Het aanwezige zand wordt ingevoerd in een rekenmodule, waarna wordt bepaald welke voedingsstoffen nodig zijn om een geschikt groeimedium voor bomen te creëren. 'We kijken onder andere naar de korrelgrootte en de structuur van de grond,' legt Van Rooijen uit. 'Op basis daarvan stellen we het juiste mengsel samen. Dat is volledig afgestemd op de groei van bomen op de desbetreffende groeiplaatsen in Ede. Zandgrond is overigens beter homogeen te mengen dan klei.'
Voedingsmix op maat
De voedingsmix bestaat uit verschillende organische en minerale voedingsstoffen, waaronder stikstof, fosfaat, magnesium en kalium. Deze worden zorgvuldig afgestemd op de eisen van de beplanting en de eigenschappen van de bodem. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de zuurgraad van de bodem. 'Het is essentieel om te weten of het om zuurminnende of niet-zuurminnende gewassen gaat,' zegt Van Rooijen. 'Het is namelijk behoorlijk lastig om een lage pH-waarde in de grond te realiseren. Als een boom geen zure bodem nodig heeft, moet je de voedingsmix daar ook niet op richten. In het project in Ede is gekozen voor een samenstelling die geschikt is voor zuurminnende bomen.'
Mengen op locatie
Nadat de samenstelling van de voedingsmix is bepaald, wordt het materiaal op locatie verwerkt. Op een specifieke kavel wordt het aanwezige zand eerst in lagen aangebracht. Daaroverheen komt de voedingsmix. 'Vervolgens wordt met een grote spitmachine alles door elkaar gemengd, zodat een homogene bodem ontstaat,' vertelt Van Rooijen. 'Die bodem wordt daarna afgegraven en gebruikt om de boomgaten op de groeiplaatsen te vullen.' Het resultaat is een bodem die volledig is afgestemd op de behoeften van de toekomstige bomen, terwijl de oorspronkelijke grond van het gebied behouden blijft.
 | | Het zand en de speciale voedingsmix worden gemengd |
|
|
Circulaire oplossing
Volgens JdB groep kan gebiedseigen bodem in veel gevallen uitstekend dienen als basis voor gezonde groei, mits de samenstelling goed wordt onderzocht en waar nodig wordt verbeterd. 'Wij onderzoeken eerst de samenstelling en kwaliteit van de bodem om te bepalen of opwaardering nodig is,' aldus Van Rooijen. 'Als dat zo is, stellen we een voedingsmix op maat samen die precies aansluit op de lokale omstandigheden en de gewenste beplanting.' Op die manier krijgt de bestaande bodem letterlijk een tweede leven. 'Zo ontstaat een duurzame, circulaire en kostenefficiënte oplossing.'
|
|
'Ik verwacht dat het opwaarderen van bestaande bodem meer in zwang raakt, zeker gezien de toenemende prioriteit voor duurzaamheid en circulariteit'
| |
|
De gemeente Ede speelt volgens Van Rooijen een belangrijke rol in deze aanpak. 'Ede laat zien hoe duurzaam bodembeheer in de praktijk kan werken. De gemeente gebruikt haar eigen waardevolle grond opnieuw om bomen mee te planten.' Dat levert meerdere voordelen op. Doordat de bestaande grond niet hoeft te worden afgevoerd en vervangen door nieuw materiaal, blijven transportbewegingen beperkt. Dat scheelt kosten én vermindert de milieubelasting. 'We hebben hier eerder mogen leveren,' zegt Van Rooijen. 'Het is mooi om te zien hoe deze aanpak, dit keer samen met Van de Haar Groep, verder wordt doorgezet in nieuwe projecten.'
Groeiende belangstelling
Hoewel de gemeente Ede een voortrekkersrol speelt, wordt de circulaire methode inmiddels ook in andere gemeenten toegepast. JdB groep werkte volgens Van Rooijen al aan vergelijkbare projecten in onder meer Haarlem, Arnhem, Blaricum en Doesburg. Daarmee ontwikkelt het bedrijf een nieuwe specialisatie. 'Hier zit zeker toekomst in,' zegt hij. 'We kunnen natuurlijk grond afgraven en afvoeren voor onderzoek, zoals we dat altijd hebben gedaan. Maar dat brengt meer kosten en milieudruk met zich mee.'
 | | Dirk van Rooijen |
|
|
Tegelijk groeit de aandacht voor duurzaamheid en circulair werken in de openbare ruimte. 'We merken dat deze vraag steeds vaker speelt. Daardoor kunnen we ook vaker adviseren over het opwaarderen van gebiedseigen grond.' Volgens Van Rooijen is het dan ook waarschijnlijk dat deze werkwijze steeds vaker zal worden toegepast. 'Ik verwacht dat het opwaarderen van bestaande bodem meer in zwang raakt, zeker gezien de toenemende prioriteit voor duurzaamheid en circulariteit.'
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|