Whatsapp Facebook LinkedIn Instagram RSS feed

Thuja: meer dan een haagconifeer

ARTIKEL
SORTIMENT
Facebook Linkedin Whatsapp
Ronald Houtman, vrijdag 27 februari 2026
403 sec


Enorme variatie in vorm en kleur

Vraag iemand naar een geschikte haagconifeer en het antwoord is in de meeste gevallen Thuja occidentalis 'Smaragd'. Maar Thuja occidentalis omvat veel meer dan 'Smaragd' en is ook meer dan een haagconifeer. De variatie in vorm en kleur is enorm. Toch wordt de variatie in Thuja occidentalis vaak wat over het hoofd gezien omdat de toepassing als haagconifeer zo belangrijk is.

<i>Thuja occidentalis</i> 'Teddy'
Thuja occidentalis 'Teddy'

Noord-Amerika

Ondanks het grote aantal cultivars is het geslacht Thuja niet erg soortenrijk. Er worden slechts vijf soorten onderscheiden, twee in Noord-Amerika en drie in Azië. De Aziatische soorten, Thuja koraiensis, T. standishii en T. sutchuenensis, worden veel minder gekweekt dan de twee Noord-Amerikaanse. Platycladus orientalis, die vroeger Thuja orientalis heette, komt eveneens voor in Azië. De twee Noord-Amerikaanse soorten zijn dus Thuja occidentalis en T. plicata. Laatstgenoemde vormt een grote boom, die in de natuur meer dan 60 m hoog kan worden. Hij komt voor in het westen van Noord-Amerika, vanaf Alaska in het noorden tot aan het noorden van Californië in het zuiden en de Amerikaanse staat Montana in het oosten. Thuja occidentalis komt voor in het noordwesten van Noord-Amerika, in het noorden van Lake Winnipeg in Centraal-Canada tot aan de Canadese oostkust en in het zuiden tot in de Appalachian Mountains.


Levensboom

De Nederlandse naam van Thuja occidentalis is 'westerse levensboom'. In het Engels heet deze soort northern white cedar of arborvitae. Deze laatste naam is weer een vertaling van het Franse arbre de vie ('levensboom'). Hoewel T. occidentalis niet in Europa voorkomt, stamt de naam arbre de vie al uit de 16e eeuw. In 1535 voer de Franse kapitein Jacques Cartier met drie schepen naar Newfoundland, in de hoop daar de noordwestelijke doorvaart te vinden. Hij ontdekte deze doorvaart niet, maar voer wel als eerste Europeaan de St. Lawrence River op. De huidige stad Quebec ligt aan de monding van deze rivier. Maar de drie schepen liepen vast op de bevroren St. Lawrence River. De bemanning leed aan scheurbuik, een ziekte die wordt veroorzaakt door een gebrek aan vitamine C, wat toen nog niet bekend was. 25 bemanningsleden overleden. Toen vrijwel iedereen ziek was, leerde Donnacona, de leider van de lokale Iroquois, de laatste drie niet zieke bemanningsleden hoe ze een extract moesten maken uit de bast van een inheemse boom, die men anedda noemde. Binnen twee weken waren alle zieke bemanningsleden genezen. De boom bleek Thuja occidentalis te zijn. In 1542 werd een exemplaar in de tuin van Fontainebleau geplant, waarbij de naam arbre de vie voor het eerst werd gebruikt. Rembert Dodoens (Dodonaeus) noemde de naam ook in een publicatie uit 1583.


De Nederlandse naam van Thuja occidentalis is 'westerse levensboom'

Thuja occidentalis 'Smaragd'

Thuja occidentalis

In de natuur wordt T. occidentalis een grote boom, die gemakkelijk 20-30 m hoog wordt. Bij ons in tuinen en parken blijft de boom kleiner; na vele jaren zal hij niet veel hoger worden dan een meter of 15. De vorm is piramidaal tot kegelvormig. De zijtakken zijn afstaand en dicht bezet met afgeplatte twijgen, waarop de schubvormige bladeren steeds tegenover elkaar staan. De planten kennen een jeugdstadium, waarbij de schubben meer naaldvormig zijn en afstaan van de twijgjes, en een volwassen stadium, waarbij de schubben dikker zijn en de twijgen bedekken. Veruit de meeste cultivars van T. occidentalis hebben het volwassen uiterlijk.


De schubben langs de randen van de twijgen hebben smalle lenticelstrepen, terwijl de schubben op en onder de twijgen steeds een kleine klier - in de vorm van een bultje -bezitten. Als deze wordt kapotgekrabd, komt de voor T. occidentalis kenmerkende harsachtige geur vrij. Van nature zijn de schubben van T. occidentalis dof tot iets glanzend middengroen. 's Winters kleuren ze in veel gevallen bronskleurig bruin tot roodachtig bruin, een typisch kenmerk van Thuja. De ovale zaadkegels zijn ongeveer 1 cm lang, eerst lichtgroen en later bruin.

In de natuur groeit T. occidentalis tussen zeeniveau en 600 m, uitermate geschikt dus voor toepassing in onze Lage Landen. En hoewel de soort in de natuur meestal op koude, vochtige en vaak moerassige plaatsen groeit, blijkt de plant het net zo goed te doen op drogere grond en op licht kalkhoudende grond. Op te kalkrijke grond zal de groei stagneren en zullen de bladeren valer worden. Er zijn minstens 200 cultivars van T. occidentalis, die in een aantal groepen kunnen worden ingedeeld: haagplanten, compact opgaande cultivars en bolvormige cultivars. En binnen deze groepen is er natuurlijk de nodige variatie in bladkleuren. Een behoorlijk aantal wordt slechts op kleine schaal gekweekt. Uiteraard blijft er voldoende keuze over in cultivars die op grote(re) schaal worden gekweekt.

Thuja occidentalis 'King of Brabant'

Haagplanten

De toepassing als haagplant is de grootste troef van T. occidentalis en het is ook de toepassing waarmee de meeste mensen deze soort associëren. En dat is niet voor niets, want de plant laat zich uitstekend snoeien tot een strakke haag. Omdat de planten niet al te snel groeien, is één snoeibeurt per jaar gewoonlijk voldoende. De bekendste cultivars zijn 'Brabant' en 'Smaragd'. Zoals wel vaker gebeurt, wordt er commercieel meegelift met de populariteit van bepaalde cultivars door de naam daarvan te gebruiken. Dat is ook het geval bij 'Brabant', met dof donker olijfgroene schubben. De afgeleide cultivar 'Golden Brabant' heeft in het voorjaar intens groengele schubben, die 's zomers helder geelgroen kleuren. De nieuwere 'King of Brabant' heeft groenere schubben dan 'Brabant' die niet of nauwelijks verkleuren in de winter, terwijl de schubben van 'Brabant' duidelijk bronskleurig bruin worden. Daarnaast is 'King of Brabant' compacter en slanker en groeit de plant sterker omhoog.


De razend populaire 'Smaragd' behoeft eigenlijk geen toelichting. De schubben zijn levendig glanzend groen en de cultivar heeft een goede dichte groeiwijze. Naast de toepassing als haagplant kan 'Smaragd' ook goed als solitair of in kleine groepen worden geplant. Vooral als de planten ouder zijn, kan een dergelijke kleine groep er erg fraai uitzien.

Dankzij de iets gedraaide twijgen met donkergroene schubben heeft 'Degroot's Spire' een geheel andere, duidelijk minder strakke uitstraling. De plant groeit slank omhoog en is daarmee geschikt voor toepassing als smalle haag. Ook de oude 'Pyramidalis Compacta' en 'Rosenthalii', die beide dateren uit het einde van de 19e eeuw, zijn geschikt als haagplant en worden nog steeds gekweekt. Beide cultivars zijn langzaam groeiend, waarbij 'Pyramidalis Compacta' meer opgaand groeit en een grovere structuur heeft, terwijl 'Rosenthalii' er iets speelser uitziet en donkerder groene schubben heeft. Als er snel een dichte haag gevormd moet worden, kan er beter niet voor 'Rosenthalii' worden gekozen, maar als de haag eenmaal dicht is, is hij erg mooi.

Veel nieuwer is 'Filips Magic Moment', die als mutant werd aangetroffen in 'Smaragd'. Maar in tegenstelling tot 'Smaragd' heeft 'Filips Magic Moment' mooie groengele tot gele schubben. Ook 'Janet Gold' (Golden Smaragd) heeft heldergele schubben. Hoewel niet iedereen het mooi vindt, zijn er ook bonte cultivars die geschikt zijn als haagplant. 'Spotty Smaragd' is er zo een. De plant groeit met zowel middengroene als crèmewitte twijgjes. De haag hoeft dus niet altijd groen te zijn.

Thuja occidentalis 'Rheingold'

Compact opgaand

De compact opgaande planten groeien eigenlijk te breed om als haag toegepast te worden, maar groeien wel omhoog. Het zijn dus ook geen bolvormen, hoewel verschillende cultivars wel bolvormig zijn als ze jong zijn. De bekende 'Rheingold' is zo'n cultivar; aanvankelijk is het een bolvorm, maar als de plant ouder wordt, groeit er een korte, doorgaande harttak. Hierdoor wordt het een vrij lage, maar zeer brede kegelvormige plant. De schubben van 'Rheingold' zijn natuurlijk prachtig koperkleurig, wat deze oude cultivar (circa 1900) nog steeds aantrekkelijk maakt. Vaak wordt 'Sunkist' als een soort 'Rheingold' beschouwd, maar dat is natuurlijk niet het geval. 'Sunkist' vormt al op veel jongere leeftijd een doorgaande harttak, waardoor de plant slanker en hoger groeit dan 'Rheingold'. De schubben zijn groengeel tot geel en kleuren purperachtig in de winter.


Duidelijk meer groengeel van kleur dan 'Sunkist' is 'Golden Anne'. Deze compact groeiende plant heeft een dichte, maar regelmatige groeiwijze. Al op jonge leeftijd is de breed kegelvormige groeiwijze zichtbaar, die de plant steeds behoudt.

Ook in deze groep zijn bonte cultivars te vinden, ondanks het feit dat ze niet veel worden gekweekt. De bekendste is wellicht 'Perk Vlaanderen'. Deze opgaand groeiende cultivar wordt net iets te breed om als goede haagconifeer te dienen. De glanzende groene twijgen zijn helder en regelmatig groengeel tot groenwit bont. Het geeft de plant een sprankelend effect. Ook 'Stolwijk' kan tot de bonte cultivars van T. occidentalis worden gerekend, maar op een andere manier. De jonge scheuten zijn gedurende het gehele seizoen crèmegeel; 's winters kleuren ze porseleinwit. Ze steken steeds prachtig af tegen de oudere, groene schubben. De iets oudere 'Wansdyke Silver' geeft hetzelfde effect, maar de jonge scheuten zijn het gehele seizoen witter dan die van 'Stolwijk'. De wat bredere groei maakt ze in principe minder geschikt om in kleine(re) tuinen toe te passen. Als er dan toch een opgaande cultivar gewenst is, kan er beter voor een smallere cultivar van de haagconiferen worden gekozen.

De plant groeit slank omhoog en is daarmee geschikt voor toepassing als smalle haag

Thuja occidentalis 'Danica'

Bolvormig

De bolvormig groeiende cultivars, die vaak ook gedrongener zijn dan de opgaande, zijn uitermate geschikt om in kleine(re) tuinen toe te passen. De planten nemen niet veel plaats in en kunnen uitstekend als wintergroene accentplant worden toegepast. Ook hier zijn er weer twee zeer bekende cultivars: 'Danica' en 'Tiny Tim'. Van de commercieel verkrijgbare cultivars is 'Tiny Tim' één van de kleinste. Na tien jaar is de plant slechts zo'n 40 cm hoog en breed. De twijgen zijn dun en fijn en lichtgroen. Het is helaas niet de meest sprankelende kleur, en de schubben kleuren ook nog eens bronsgroen in de winter. 'Danica' groeit iets sterker en heeft donkergroene twijgen, die eveneens meer brons kleuren in de winter.


'Mirjam' ontstond als mutant in 'Danica' en groeit iets platter en breder. De twijgen zijn beduidend geler van kleur; 's zomers zijn ze heldergeel en 's winters kleuren ze oranjeachtig bronsgroen. Eveneens gele twijgen heeft 'Golden Globe'. Maar bij deze van origine Amerikaanse cultivar, die in Nederland werd benaamd en geïntroduceerd, zijn de twijgen het gehele jaar zachtgeel van kleur.

Zoals de naam al doet vermoeden, is 'Globosa' een bolvormig groeiende cultivar. De twijgen zijn lichtgroen en groeien opvallend opstaand, wat de plant een leuk uiterlijk geeft. 's Winters kleuren ze meer grijsgroen. 'Globosa Variegata' is de bonte variant, met crèmekleurige twijgjes tussen de groene. Zowel de groene als de bonte variant worden ongeveer 1 m hoog en breed.

Weer iets kleiner, zo'n 50 cm hoog en breed na tien jaar, is 'Little Champion'. Deze cultivar groeit aanvankelijk best sterk opgaand, maar wordt snel breder en nauwelijks hoger. De twijgen zijn opvallend fijn en heldergroen. 's Winters zijn ze groenbruin.

Bij de bolvormige T. occidentalis is 'Teddy' een goed voorbeeld van een cultivar in het jeugdstadium. De zachte, grijsgroene naalden staan op dunne, wat slappe twijgen. De bolvorm doet wat koddig aan en nodigt uit om even te 'aaien'. 'Teddy' lijkt wat op de oudere 'Abel Twa', maar deze is grover en groeit sterker. Ook de zeer recent geïntroduceerde 'Schnupp 11' (FOREVER YOUNG) groeit sterker dan 'Teddy'. De naalden zijn net zo zacht, maar iets groener. Wel zijn de twijgen iets steviger, waardoor de plant zich sneller herstelt na sneeuwval.

Ten slotte is er nog een jeugdvorm met een afwijkende naaldkleur: 'Golden Tuffet'. Deze plant, die iets breder groeit dan dat hij hoog wordt, heeft bij uitlopen oranjebruine naalden, die al snel geel kleuren. Later, als ze meer binnen in de plant zitten, kleuren ze groen. Het geeft 'Golden Tuffet' een mooie kleurindruk. De plant is na tien jaar zo'n 60 cm hoog en ruim 1 m breed.

Thuja occidentalis Schnupp11 (FOREVER YOUNG)

Ten slotte

De typische toepassing is bij de beschrijving van de drie groepen al genoemd, maar bovenal zijn T. occidentalis gemakkelijke, behoorlijk bodemvage coniferen die voor een breed scala aan doelen te gebruiken zijn. Ze kunnen op een vochtige tot behoorlijk natte bodem groeien, zijn uitstekend winterhard en groeien zowel in de volle zon als in de lichte schaduw. Naast gebruik in de tuin kunnen met name de compacte en bolvormig groeiende cultivars ook goed als potplant worden gebruikt op terras en balkon.
Er zijn dus eigenlijk geen redenen om geen T. occidentalis toe te passen - zelfs niet dat ze saai zijn, want ze verkleuren immers ook nog eens in de winter.


LEES OOK
Er is meer dan Metasequoia
24-12-2019 | ARTIKEL
480 sec

LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel
tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER