Whatsapp Facebook X LinkedIn Instagram RSS feed

Niet 17.000, maar tot wel 80.000 kilometer aan biodivers landschap te winnen

ARTIKEL
BODEM & BODEMBIOLOGIE
Facebook Twitter Linkedin Whatsapp
Heleen Kommers, maandag 10 juni 2024
295 sec


Wat zeggen experts?

'17.000 kilometer bloemrijke dijken: een reusachtige kans voor biodiversiteit', kopte NOS dinsdag 4 juni. In Nederland hebben we een totale lengte van 17.000 kilometer aan dijken. Als al die dijken in Nederland een bloemrijke bekleding krijgen, maakt dat veel verschil voor de biodiversiteit, stelt Hans de Kroon, hoogleraar plantecologie van de Radboud Universiteit. Als het maaibeheer ook langs wegbermen zou worden aangepast, zou er nog een veel groter netwerk van bloemrijke gebieden kunnen ontstaan, met een totale lengte van ongeveer 80.000 kilometer.

Klaproos langs een dijk
Klaproos langs een dijk

Zo'n honderd jaar geleden stonden weilanden 's zomers vol met weidebloemen. Door te veel bemesting zijn ze echter naar de randen van ons landschap gedrongen, waar ze nu bovendien lijden onder het gebrek aan bestuivende insecten. Al in 2017 leidde De Kroon een opvallende studie naar de snelle afname van vliegende insecten, zelfs in beschermde natuurgebieden. Hij zag kansen om juist die randen in te zetten voor biodiversiteit. Daarom werd door Waterschap Rivierenland het Future Dikes-project in het leven geroepen. Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) financiert het en diverse universiteiten, kennisinstellingen en bedrijven werken eraan mee.

Wat houdt het onderzoek in?

De bloemrijke dijken in de Ooijpolder bij Nijmegen dienen als een van de pilots. Ze zijn rijkelijk beplant met knoopkruid, boterbloemen, groot streepzaad, margrieten, walstro, duizendblad, grasklokjes en beemdkroon. Het gaat om tientallen soorten wilde grassen en bloeiende kruiden die samen een dijkbekleding vormen. Door hun diepere wortels zijn ze beter bestand tegen zomerse droogte en minstens even sterk tijdens hoogwater. Hier worden vlinders, zweefvliegen, kevers en bijen zorgvuldig in de gaten gehouden.


De tientallen soorten wilde grassen en bloeiende kruiden vormen een dijkbekleding die door diepere worteling beter bestand is tegen zomerse droogte en minimaal zo sterk is tijdens hoogwaters

Kansen voor bloemrijke hoofdweg

In het rivierengebied ligt de eerste kans om een nieuwe, bloemrijke hoofdweg in het landschap te vormen voor wilde planten en insecten. De komende dertig jaar moeten we ongeveer 1.500 kilometer aan Nederlandse dijken verbreden en verhogen om aan de nieuwe veiligheidseisen te voldoen. Met deze dijkversterkingen kunnen we niet alleen de veiligheid handhaven, maar ook bijdragen aan een rijkere biodiversiteit en een fraaier landschap. Op het overgrote deel van deze dijken groeit simpelweg gras. Maar op een klein percentage, zo'n 3 tot 5%, vind je een bijzondere dijkbekleding met allerlei soorten grassen en kruiden. Deze gevarieerde begroeiing kan de biodiversiteit een boost geven en helpt bij het verbinden van verschillende natuurlijke leefgebieden.
Afhankelijk van het materiaal van de dijk en de locatie zullen de soorten van dijk tot dijk verschillen. Met name dijken waarbij de toplaag wordt vermengd met zand en klei, zijn geschikt voor een bekleding die rijk is aan bloeiende kruiden.


Waarom was een pilot nodig?

Om eerst genoeg kennis te vergaren voor mogelijke toepassing op grote schaal, hebben de onderzoekers de plantengroei, bodemsamenstelling en erosiebestendigheid van diverse dijkbekleding vergeleken met de traditionele grasmat. Ze hebben daarvoor allerlei tests uitgevoerd, van treksterkte tot overslagproeven, op bestaande biodiverse dijkbekleding. En wat bleek? Deze gevarieerde begroeiing is minstens zo sterk als het oude vertrouwde gras, maar veel diverser qua plantenleven.


Handreiking

Om ervoor te zorgen dat deze gevarieerde dijkbekleding in de toekomst breder toegepast kan worden, hebben de onderzoekers een handreiking opgesteld. Hierin vind je tips en aanbevelingen voor de aanleg en ontwikkeling van bloemrijke dijken. Denk aan de juiste bodemsamenstelling, het juiste beheer en het beste zaaimengsel. Allemaal te vinden op www.handreikinggrasbekleding.nl.


Bloemrijke berm rond een akker: maaibeleid (pixabay)
Bloemrijke berm rond een akker: maaibeleid (pixabay)

Grootse plannen

De waterschappen hebben grootse plannen: ze streven ernaar om 'sterke, biodiverse dijken' tot de standaard te maken. In de tweede fase van Future Dikes willen onderzoekers deze ambitie realiseren door praktijkexperimenten uit te voeren op nieuwe en bestaande dijken van verschillende waterschappen. Op die manier kunnen beheerders alle benodigde tools verkrijgen om vol vertrouwen aan de slag te gaan met het creëren van biodiverse dijken. Om kosten te drukken, kun je ervoor kiezen een deel van de dijken en bermen in te zaaien en vervolgens de natuurlijke verspreiding zijn gang te laten gaan.


Een belangrijke aanbeveling: maak van bloemrijke dijken de nieuwe standaard

Vroeg maaien voor natuur

Van bloemrijke dijken naar het maaibeleid ervan. Goed beheer draagt bij aan een bloeiende natuur op dijken, sloten en bermen. Verstandig maaien verhoogt de biodiversiteit en de veiligheid door stevige begroeiing die waterstromen beter kan weerstaan. Maar wat is precies 'goed beheer' en 'verstandig maaien'? Waterschap Rivierenland begint er al mee in april en mei, aangezien vroeg maaien natuur én veiligheid op dijken, oevers en bermen bevordert. Het gefaseerd maaien van dijken behoudt diversiteit. De lente-maaironde geeft ruimte aan verschillende soorten, terwijl de laatste maaibeurt in het najaar plaatsvindt.


Vroeg maaien voor veiligheid

Voor de waterhuishouding en natuur worden sloten op maat gemaaid. In de lente wordt vooral bij kritieke punten gemaaid om doorstroming te bevorderen. Voor verkeersveiligheid maait het waterschap bermen en zichthoeken gefaseerd, met de eerste maaibeurt in de lente bij kruisingen. Zomermaaien gebeurt om en om, terwijl wegsloten pas in het najaar worden aangepakt.


Reacties uit het (bloemrijke) veld

We vroegen experts om een reactie op dit bericht. Wim van Ginkel (Koninklijke Ginkel Groep) laat bijvoorbeeld weten: 'Fijn dat er aandacht is voor 'nieuwe natuur' buiten onze natuurgebieden. Het resultaat staat of valt met deskundige realisatie (de juiste soorten en afkomst, voor zover je wilt inzaaien) én vooral met deskundig én consequent beheer. Handel elk jaar op hetzelfde tijdstip handelen, et cetera. Onze rijkswegen bijvoorbeeld, hadden jaren geleden een enorme potentie. Door verandering in beheer loopt dit nu terug. Indien de verkeerde soorten worden ingebracht (niet autochtoon), voeg je niets toe en krijg je problemen met deze soorten in de omgeving.'


Wim van Ginkel
Wim van Ginkel

Ook op lange termijn succesvol

Steven Wiersema, product manager bij DSV zaden Nederland. 'Als eerste een nuance voor wat betreft de weilanden. Ook daar zie je de laatste jaren een enorme kentering. Denk daarbij aan kruidenrijk grasland dat steeds vaker gezaaid wordt en de akkerranden die gezaaid en aangelegd worden voor meer biodiversiteit. Daarnaast is er in de openbare ruimte inderdaad een enorme kans om de diversiteit uit te breiden. Wij zijn zijdelings betrokken bij het project Future Dykes en daarnaast hebben wij vanuit de handreiking het mengsel Eurograss Dijken Basis Gras geïntroduceerd. Daarbij geven wij actief advies bij inzaai en onderhoud om de biodiversiteits-mengsels waaronder Dijken Basis Gras goed te laten slagen. Dat kan zijn door persoonlijk advies en met onze teelthandleidingen. Wel altijd met de achtergrond dat ons "boerenverstand" moet blijven spreken en dat ook het praktische niet moet worden vergeten. Denk daarbij aan veiligheid en stevigheid van bermen of sterkte van dijken. Juist de combinatie van een praktische oplossing met de toevoeging van biodiversiteitsmengsels zorgt dat het ook op de lange termijn een succes blijft.'


Steven Wiersema
Steven Wiersema

Steeds kijken wat passend is

Jasper Helmantel en Jojanneke Bijkerk (beiden Cruydt-Hoeck): 'Dit onderzoek heeft bevestigd wat veel deskundigen reeds lang vermoeden: kruiden dragen bij! Maatwerk is wel steeds van toepassing. Elk stuk dijk ligt in een ander gebied en heeft een andere bodem. Welke planten horen thuis in het gebied? Het DBK Dijken Basis Kruiden mengsel, waar Cruydt-Hoeck intensief aan heeft meegewerkt, is een mooie basis. Steeds wordt er gekeken naar wat er passend is. Soorten eruit en soorten erbij. Ook is het goed om te kijken waar zaaien niet nodig is, maar een aanpassing van het beheer volstaat. En werken met autochtone en regionale zaden is steeds van belang. www.handreikinggrasbekleding.nl geeft mooie handvaten, waarnaast het nodig is deskundigen reeds in het voortraject te betrekken bij het onderzoeken van mogelijkheden en kansen.'


Jasper Helmantel en Jojanneke Bijkerk
Jasper Helmantel en Jojanneke Bijkerk

'Doe recht aan de ‘latent aanwezige fauna’

De deskundigen zijn het erover eens: zaai in wat op een specifieke plek past, dat is overal weer anders. Maar Gert-Jan Koopman, Natuurtechnisch adviseur bij Heem, gaat dat eigenlijk nog niet ver genoeg. 'Als je gaat inzaaien en vervolgens beheren, is het heel belangrijk om uit te gaan van wat ik 'de latent aanwezige fauna' noem. Dan doel ik op soorten die daar vroeger ook voorkwamen. En vroeger is dan 25, 50 of misschien wel 100 jaar geleden. Als je dát weet en je gaat met inzaaien en beheer dáár op sturen, dan trek je die restpopulaties van latent aanwezige fauna. Want er is altijd wel een vlinder- of zweefvliegpopulatie die latent aanwezig is en zal gedijen als de originele waardplanten weer terug zijn. Dan wordt met inzaaien pas écht recht gedaan aan de oorspronkelijke vegetatie, biodiversiteit en latente fauna. Daarbij doe je ook recht aan de veelkleurigheid van het landschap, wat de mensen die in die omgeving wonen weer herkennen van vroeger tijden. Hoe verder je daarvan afwijkt, hoe meer je kan spreken van greenwashing: dan lijkt het groen, maar sla je feitelijk de plank mis.'

Herinneringen dat je met je opa door een specifieke landschap fietste en nu die soorten weer terug ziet, dat doet bewust of onbewust iets met je. Koopman hoort het vaak.

Meer weten over 'inheemse' en 'autochtone' fauna, over archeofyten en neofyten ('exoten')? Dan is deze uitleg interessant.


Gert-Jan Koopman
Gert-Jan Koopman
Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd.   LOGIN   of maak gratis een account aan.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

Tip de redactie


ONDERDELEN
Archief
Dossiers
GIP
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER