Whatsapp Facebook X LinkedIn Instagram RSS feed

Spiraea japonica anderhalve eeuw populair

ARTIKEL
SORTIMENT
Facebook Twitter Linkedin Whatsapp
Ronald Houtman, maandag 20 mei 2024
550 sec


Uitbundige bloei, relatief geringe plantgrootte, geschiktheid als vakbeplanter en uitstekende winterhardheid

Al ruim 150 jaar is Spiraea japonica een populaire plant. Niet alleen in tuinen, maar wellicht nog meer in de openbare ruimte. Niet ten onrechte, want de planten hebben uitstekende eigenschappen. Uitbundige bloei, relatief geringe plantgrootte, geschiktheid als vakbeplanter en uitstekende winterhardheid zijn zo maar enkele hiervan.

<i>Spiraea japonica</i> 'Golden Jack'
Spiraea japonica 'Golden Jack'

Japanse spirea

De Japanse spirea, zoals Spiraea japonica in het Nederlands heet, is een van de vele geslachten uit de Rosaceae (rozenfamilie) die belangrijk zijn voor de groene sector. Spiraea is nauw verwant aan onder andere Aruncus, Holodiscus en Physocarpus. Het geslacht omvat zo'n tachtig soorten, waarvan Spiraea japonica voor ons een van de belangrijkste is. Uit de soortnaam blijkt al dat Spiraea japonica van nature voorkomt in Japan. Maar ook in de beide Korea's en in China komt deze soort voor. In Nederland werd Spiraea japonica in 1843 door Von Siebold ingevoerd en in cultuur genomen.
Niet alleen via importen uit Japan, maar ook door selectie en later veredeling, in Europa kwamen nieuwe cultivars op de markt. Zo werd de bekende 'Anthony Waterer' in 1875 geïntroduceerd. Volgend jaar 'viert' deze populaire cultivar dus haar 150e verjaardag! Keerzijde, voor 'Anthony Waterer', is dat deze inmiddels wel is verbeterd door modernere cultivars.
Zoals in zoveel sortimenten, is ook in het sortiment Spiraea japonica volop vernieuwing door veredeling te zien. Maar vernieuwing is niet altijd een verbetering, reden waarom de KVBC (Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen), samen met zeven andere landen, een vergelijkende keuring op sier- en gebruikswaarde (sterrenkeuring) heeft opgezet.


Aanzet en opzet

Als onderdeel van een internationale keuring van 'laagblijvende Spiraea' werden door het Finse nationale proefstation LUKE 44 cultivars verzameld. Nadat deze waren gestekt, werden de planten in maart 2019 verzonden naar de deelnemende landen. In Nederland werden de opplant en keuringen uitgevoerd door de KVBC. De 44 vanuit Finland gestuurde cultivars werden in Nederland aangevuld met 29 cultivars uit de Nederlandse Plantencollecties (NPC) van Wout Kromhout.
Het grootste deel van deze opplant, die bij Arie Rijkaart in Boskoop stond, betrof cultivars van Spiraea betulifolia en Spiraea japonica. Daarnaast waren er wat cultivars van andere soorten, maar dit sortiment was verre van compleet. Er werd daarom in Nederland besloten alleen cultivars van Spiraea betulifolia, Spiraea japonica en hybriden van deze soorten te beoordelen. Hierdoor werd ook het concept 'laagblijvend' losgelaten en werd het in Nederland een keuring van 'Spiraea betulifolia, Spiraea japonica en hybriden'. Uiteindelijk werden in Nederland 61 cultivars beoordeeld. Omdat enkele cultivars dubbel in de opplant bleken te staan, kwam het uiteindelijke aantal op 56. De meeste (46) hiervan zijn cultivars van Spiraea japonica, waarover dit artikel dus gaat.
Het volledige keuringsrapport van de keuringen in Nederland is te lezen in Dendroflora Nr. 58, pag. 72-105. De resultaten van de keuringen in de zeven andere deelnemende landen (zie kader 'Euro-trials') en de conclusies hieruit, zijn te lezen in Dendroflora Nr. 59, pag. 84 t/m 97.


De Japanse spirea, zoals Spiraea japonica in het Nederlands heet, is een van de vele geslachten uit de Rosaceae (rozenfamilie) die belangrijk zijn voor de groene sector

Keuring

Per cultivar werden vijf planten opgeplant. Eén als solitair en vier in een blok van 1 vierkante meter. De planten in het blok werden steeds vroeg in het voorjaar teruggesnoeid, zodat goed beoordeeld kon worden hoe snel de planten hun 1 meter grote vlak vulden. De solitairplanten werden ongemoeid gelaten. De planten werden gedurende drie seizoenen (2020 t/m 2022) op verschillende tijdstippen in het seizoen beoordeeld.
Van de 46 gekeurde cultivars van Spiraea japonica werden 26 cultivars bekroond. De overige 20 werden niet bekroond, omdat er betere cultivars met dezelfde eigenschappen zijn. Deze kunnen dus vervallen uit het sortiment.


Wit en licht paarsroze

De beste witbloeiende cultivar bleek 'Albiflora', die met twee sterren werd bekroond. De plant valt op door het opvallend frisse, lichtgroene blad en zeer rijke bloei in het voorjaar. De plant heeft weinig last van meeldauw. Ook 'Pygmaea Alba' is een goede cultivar die het beste wordt gezien als een meer compacte vorm van 'Albiflora'. De twijgen zijn vrij stug, wat de plant iets minder sierlijk maakt dan 'Albiflora'.


Spiraea japonica 'Genpei'
De tweekleurige bloemschermen maken van 'Genpei' een aparte, niet te verwisselen cultivar. Een onstabiel gen voor de bloemkleur is verantwoordelijk voor deze tweekleurigheid. De oorspronkelijke cultivar heeft witte en paarsroze bloemen in hetzelfde bloemscherm. Maar door massaproductie, als bij het stekknippen aan de niet-bloeiende scheuten niet te zien is of deze een- of tweekleurig zijn, komen planten met tweekleurige bloemschermen veel minder vaak voor. Wel zijn in één plant twijgen met witte en twijgen met paarsroze bloemschermen te zien. Maar in ieder geval is 'Genpei' een gezonde, zeer rijk bloeiende cultivar.
'Genpei' werd in 1970 vanuit Japan in Europa ingevoerd, onder de foutieve naam 'Shirobana'. Latere navraag in Japan wees uit dat de juiste naam 'Genpei' is. De 'echte' 'Shirobana' is overigens een vrij fors groeiende plant met grote, witte bloemschermen.
De hoogste score, drie waardesterren, werd gegeven aan een cultivar die zichzelf allang heeft bewezen in praktijk: 'Little Princess'. Het is een relatief lage plant met een dichte vertakking die zeer bloeirijk is met licht paarsroze bloemen. Zoals zoveel Spiraea japonica is ook 'Little Princess' licht gevoelig voor meeldauw. Het is een goede bodembedekker die uitermate geschikt is voor grootschalige toepassing in plantvakken.
De in de openbare ruimte vrij populaire 'Dart's Pinkie' is een iets hoger groeiende cultivar die ongeveer 1 meter hoog wordt. De plant bloeit opvallend rijk met lichtroze bloemen in grote schermen die witroze verbloeien. De plant kan in natte winters wat lijden, waardoor takken kunnen insterven.


Spiraea japonica 'Dart's Pinkie'
De tweekleurige bloemschermen maken van 'Genpei' een aparte, niet te verwisselen cultivar

Een bijzonder opvallende, eigenlijk unieke, cultivar is 'Macrophylla'. Het is een forse, grillig groeiende struik die uiteindelijk meer dan 2 meter hoog wordt. De plant bloeit maar spaarzaam en de fletsroze bloemen zijn niet de grootste sierwaarde. Nee, 'Marcophylla' is vooral aantrekkelijk vanwege het blad. De wat bolle bladeren zijn zeer groot, aan jonge scheuten tot bijna 20 centimeter lang. De jonge bladeren zijn bronskleurig, maar het zijn vooral de fenomenale gele, oranje, rode en purperen herfstkleuren die de plant de 'S' heeft bezorgd.
Nog lichter van kleur, eigenlijk witroze, is de duidelijk hoger groeiende 'Leucantha', een opvallende plant met relatief weinig, maar stevige takken, breed omhoog groeiend tot ruim 1 meter. Hierdoor krijgt 'Leucantha' een vrij open, wat losse structuur. De bladeren zijn lichtgroen en hebben weinig last van meeldauw.


Paarsroze

De grootste groep cultivars bloeit paarsroze, wat ook de natuurlijke bloemkleur van Spiraea japonica is. De twee oude cultivars 'Anthony Waterer' en 'Froebelii', beide daterend uit de tweede helft van de negentiende eeuw, blijken inmiddels verbeterd door nieuwere. Omdat ze in praktijk nog wel voldoen, werden ze beide met één ster bekroond. Reden hiervoor is dat 'Anthony Waterer' een grotere meeldauwgevoeligheid heeft dan verschillende nieuwere cultivars. 'Froebelii' is wel iets gezonder, maar bloeit minder uitbundig.
De enige plant in deze groep die drie sterren kreeg, is de relatief nieuwe Amerikaanse cultivar 'Galen' (Double Play Artist). Deze regelmatig groeiende plant heeft donkergroen blad dat tot in de herfst gezond blijft. De jonge scheuten zijn rood en 'Galen' bloeit zeer rijk met donker paarsroze bloemen die erg mooi bij het blad kleuren. Ondanks een hoogte van ruim 1 meter is 'Galen' zeer geschikt als vakbeplanter. De eveneens Amerikaanse 'SMNSJMFR' (Double Play Red) lijkt wat op 'Galen', maar heeft wat doffer blad.
'Dart's Red', die als mutant in 'Anthony Waterer' ontstond en hier dus sterk op lijkt, bloeit zeer rijk met donker paarsroze tot rozerode bloemen. De plant blijft iets lager en heeft veel minder bontbladige scheuten, wat een typisch kenmerk van 'Anthony Waterer' is. Ook is 'Dart's Red' iets minder meeldauwgevoelig.
'Neon Flash', 'Zigeunerblut' en 'Walplum' (Walberton's Plumtastic) bloeien zeer donker. Met name van 'Neon Flash' zijn de bloemen intens donker paarsroze van kleur. Helaas is de plant behoorlijk gevoelig voor meeldauw, wat sterk ontsierend is. De jonge scheuten van de nieuwe Engelse cultivar 'Walplum' zijn dieppurper, wat erg mooi kleurt bij de bloei. Helaas is deze fraaie plant vrij gevoelig voor meeldauw en bladvlekken. Ook 'Zigeunerblut' bleek licht gevoelig voor meeldauw. Ook gevoelig voor meeldauw is 'Gumball', een wat hoger groeiende cultivar die ruim 1 meter hoog wordt. De plant groeit vrij los en open en bloeit rijk met grote schermen paarsroze bloemen.
Drie cultivars die vrij sterk op elkaar lijken, zijn 'Eiríkur Rauði', 'Manon' en 'Lilly'. 'Manon' is de bekendste van deze drie, 'Eiríkur Rauði' is een IJslandse variant en 'Lilly' werd in Finland benaamd. Beide cultivars zijn niet of nauwelijks in Nederland in cultuur. 'Manon' groeit zeer regelmatig, is gezond en zeer bloeirijk met mooie paarsroze bloemschermen. Met name in de openbare ruimte is 'Manon' zeer waardevol als vakbeplanter. 'Lilly' is bijna niet van 'Manon' te onderscheiden en kreeg daarom eveneens twee sterren. De met één ster bekroonde 'Eiríkur Rauði' groeit iets onregelmatiger en is vooral te beschouwen als een alternatief voor 'Froebelii'.
'Newport Dwarf' kan het beste worden beschouwd als een compactere en lager groeiende 'Little Princess', met donkerder bloemen. Juist vanwege dit kleinere formaat is 'Newport Dwarf' minder geschikt voor grootschalige toepassing als vakbeplanter. De bloemen kunnen soms wat verscholen gaan tussen het loof, dat overigens nauwelijks gevoelig is voor meeldauw.


Spiraea japonica 'Odensala'
De Zweedse cultivar 'Odensala' groeit wat onregelmatig en los, en is licht gevoelig voor meeldauw. Maar de plant heeft als belangrijke positieve eigenschappen dat deze goed op vochtige tot natte grond kan groeien en korte worteluitlopers vormt. Hierdoor is de plant geschikt om op natte oevers toe te passen, waar extra stevigheid van de bodem gewenst is.
'Crispa', die opvallend rijk bloeit met donker paarsroze bloemen, valt juist op doordat de bladeren naar beneden zijn gekruld en gegolfde en gekroesde bladranden hebben. Deze combinatie lijkt succes te garanderen. Maar de plant is ook opvallend gevoelig voor meeldauw, wat zo sterk ontsierend is, dat geen waardesterren konen worden toegekend aan 'Crispa'.
De hoogst groeiende cultivar in het sortiment is 'Rose Superb'. De plant groeit sterk en de forse, tot ruim 2 meter hoge takken, dragen grote schermen roze bloemen. Vanwege deze forse en ook wat open groei is 'Rose Superb' ongeschikt als vakbeplanter. Wel kan de plant goed als solitair worden toegepast.


De Zweedse cultivar 'Odensala' groeit wat onregelmatig en los, en is licht gevoelig voor meeldauw.

Geelbladig

Een belangrijke groep wordt gevormd door de geelbladige cultivars. Slechts een van deze cultivars werd bekroond met drie sterren: 'Golden Jack'. Deze nieuwe Poolse cultivar groeit compact, laag en breed. De jonge bladeren zijn groengeel en kleuren in de loop van het seizoen steeds geler. De paarsroze bloemen kleuren goed bij het (dan nog) groengele blad. In tegenstelling tot veel andere geelbladige cultivars had 'Golden Jack' geen nachtvorstschade en nauwelijks last van zonnebrand of meeldauw. Twee andere zeer goede geelbladige cultivars zijn 'Golden Princess' en 'Walbuma' (Walberton's Magic Carpet). 'Golden Princess' is - hoe kan het ook anders? - de geelbladige variant op 'Little Princess', met dezelfde gebruikswaarde. De plant had weinig nachtvorstschade en weinig last van zonnebrand. Er werd wel meeldauw geconstateerd, maar die was niet ontsierend en de planten groeiden er goed doorheen. 'Walbuma' (Walberton's Magic Carpet) is eveneens een mooie cultivar, voor dezelfde toepassingen als 'Golden Princess'. De bladeren zijn dof bleekgeel en de bronskleurige tot oranje jonge scheuten contrasteren goed met het oudere blad. De plant bloeit rijk met paarsroze bloemen. Ook 'Walbuma' is gevoelig voor meeldauw, maar ook hier is dat in de regel niet storend.
Alsof het niet genoeg is, werden ook nog drie cultivars met één ster bekroond: 'Firelight', 'Hubert Gold' en 'Monhub' (Limemound). De twee onbekendere geelbladige cultivars 'Hubert Gold' en 'Monhub' (Limemound) worden niet of nauwelijks gekweekt in Nederland. De diep bronskleurige voorjaarsbladeren en oranjerode herfstkleuren van 'Hubert Gold' zijn erg mooi. Helaas is het vaalgele zomerblad gevoelig voor meeldauw. 'Monhub' heeft hetzelfde euvel, maar het zomerblad is iets minder vaal en herfstkleuren ontbreken.
Uiteraard mocht 'Goldflame' niet ontbreken. Maar de planten die als 'Goldflame' in de opplant stonden, bleken 'Firelight' te zijn. Het jonge loof van 'Firelight' is iets roder en de plant heeft beduidend minder last van de vorming van groenbladige scheuten dan bij 'Goldflame' het geval is. Wel is 'Firelight', net als de echte 'Goldflame', iets gevoelig voor meeldauw.
De compact en laag groeiende Franse cultivars 'Minspiz02' (Zen'Spirit Caramel) en 'Minspiz07' (Zen'Spirit Gold) bloeien licht paarsroze. De planten worden als 'duo' gepromoot en het is daarom des te opvallender dat 'Minspiz02' zeer rijk bloeit, terwijl er in 'Minspiz07' geen bloemen werden waargenomen tijdens de keuringsperiode. Maar de voornaamste sierwaarde van deze cultivars wordt door het blad gevormd. Bij 'Minspiz02' is dit dofgeel, waarbij het jonge blad bronskleurig is. En bij 'Minspiz07' is het dof groengeel. In het voorjaar zijn deze planten erg mooi, maar het zomerblad is wat vaal van kleur en de planten bleken gevoelig voor meeldauw.
Helaas gevoelig voor nachtvorst, zonnebrand en meeldauw is 'White Gold'. Jammer, want met de combinatie van geel blad en witte bloemen is het een minder 'schreeuwerige' plant dan de geelbladige cultivars met paarsroze bloemen.


Hybriden van Spiraea japonica

In de opplant stonden drie hybriden van Spiraea japonica, waarvan er twee werden bekroond. Niet bekroond werd Spiraea 'Margaritae', een oude (1885) Duitse hybride die ontstond uit een kruising tussen Spiraea japonica en Spiraea superba. Het is een fors groeiende plant tot bijna 1,5 meter hoog en iets breder. De plant groeit wat los en heeft de neiging open te vallen. De bloei is rijk en mooi, maar niet bijzonder opvallend in het sortiment. Ook is het blad meeldauwgevoelig.
Van de Engelse veredelaar Peter Moore komt een kruising tussen Spiraea blumei var. Hayatana en Spiraea japonica, genaamd Spiraea 'Lonspi' (Sparkling Champagne). Deze hybride groeit iets onregelmatig en wordt zo'n 1,2 meter hoog en beduidend breder. De vertakking is, in vergelijking met Spiraea japonica, opvallend fijn. Het jonge blad is rozerood en kleurt later groen. De bloemen zijn opvallend zacht paarsroze. De plant bloeit zeer rijk en is nauwelijks gevoelig voor meeldauw.


Spiraea 'Lonspi' (SPARKLING CHAMPAGNE)
De hoogst gewaardeerde hybride (twee waardesterren) is Spiraea 'Tracy' (Double Play Big Bang), die ontstond uit een kruising tussen Spiraea fritschiana 'Wilma' (Pink Parasols) met Spiraea japonica. De struik, die ongeveer 1 meter hoog en 1,5 meter breed wordt, loopt diep oranjerood uit in het voorjaar. Vervolgens kleurt het blad heldergeel en later in de zomer groener. Dankzij deze verkleuring treedt 's zomers geen bladverbranding op. Ook wordt het nauwelijks aangetast door meeldauw. De paarsroze bloemen verschijnen overdadig.

Standplaats en toepassingen

Spiraea japonica wordt breed toegepast. Niet verwonderlijk, want de planten groeien op iedere goed doorlatende, niet te droge grond. De planten kunnen slecht tegen aanhoudende droogte, maar zijn beter bestand tegen vocht. Sommige cultivars, zoals 'Odensala' kunnen zelfs op natte grond goed groeien. Spiraea japonica en cultivars zijn zeewindgevoelig, dus aanplant aan de kust wordt afgeraden. Ook strooizout wordt slecht verdragen, dus plant ze niet op plaatsen waar veel strooizout wordt gebruikt.
De meest voorkomende aantasting is meeldauw, hoewel aantasting en de zwaarte van de aantasting sterk afhankelijk zijn van de aanplantlocatie en lokale omstandigheden. In de proefopplant werd, op enkele cultivars na, relatief weinig meeldauw waargenomen. Met name de geelbladige cultivars zijn gevoelig voor nachtvorst. En als beschadigd blad vervolgens ook nog door meeldauw wordt aangetast, ontstaat een zeer ontsierend beeld.
De lager groeiende cultivars zijn bij uitstek geschikt om in (grote) plantvakken in de openbare ruimte te worden toegepast. De hoger groeiende planten kunnen in kleine groepen of als solitair in zowel de openbare ruimte als particuliere tuinen worden toegepast. De planten verdragen (zware) snoei goed en kunnen desnoods diep worden teruggezet.
Door de grote keuze in planthoogte en -vorm, en blad- en bloemkleuren is er voor vrijwel elke toepassing wel een geschikte cultivar.


Euro-trials

In 2002 werd mede door de KVBC (Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen) een internationale samenwerking gestart in het keuren op sier- en gebruikswaarde. Onder de naam Euro-trials wordt inmiddels samengewerkt met organisaties uit acht Europese landen: België (PCS), Duitsland (BdB), Finland (LUKE/Pargas Municipality), Frankrijk (Astredhor), Ierland (Teagasc), IJsland (AUI), Oostenrijk (HBLFA) en het Verenigd Koninkrijk (RHS). Belangrijk is dat alle deelnemers onafhankelijk zijn en niet worden gestuurd door zakelijke belangen.
De werkwijze is bewust eenvoudig gehouden. Alle planten worden in één keer vermeerderd en opgekweekt, waarna ze naar de deelnemende landen worden gestuurd. Iedereen heeft dus exact hetzelfde uitgangsmateriaal. Tijdens het keuren worden in alle landen dezelfde criteria gehanteerd, waardoor de resultaten uitwisselbaar zijn. Na de Euro-trials van Hydrangea paniculata, Buddleja, Weigelia, Vinca, Hibiscus syriacus, Physocarpus en Spiraea is op dit moment een Euro-trial bezig van Hydrangea paniculata (ruim 110 cultivars).
Jaarlijks komen de deelnemers aan Euro-trials bijeen om lopende en toekomstige projecten te bespreken. Dit zijn praktische zaken, zoals snoei, ziektebestrijding (wel of niet uitvoeren) en keuringscriteria. De KVBC is hoofdcoördinator van de Euro-trials.

Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd.   LOGIN   of maak gratis een account aan.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel

Tip de redactie


ONDERDELEN
Archief
Dossiers
GIP
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER