Whatsapp Facebook X LinkedIn Instagram RSS feed

Circulair denken vereist langetermijnvisie, ook voor speelwereld

ARTIKEL
Facebook Twitter Linkedin Whatsapp
vrijdag 27 november 2020
299 sec


Het jaar 2050 is al begonnen

Het is de ambitie van de overheid dat Nederland in 2050 circulair is. Uitgaande van het feit dat speelplekken voor de lange termijn ontworpen worden (25-30 jaar), betekent dat concreet dat het jaar 2050 vandaag al begonnen is. Wie een toestel of speelplek ontwerpt, moet nu al nadenken over de eis dat ook speellocaties circulair moeten zijn. 'En dat is nog zelden het geval', concluderen Elske Oost-Mulder en Arjan Vreugdenhil van OBB, specialisten in speelruimte.


Eerst een mooie analogie. Dit voorjaar vloog de Boeing 747 van de KLM voor het laatst. Gezien alle technologische ontwikkelingen in de laatste decennia is het bijna niet voor te stellen dat het ontwerp ervan dateert uit de jaren vijftig en zestig. Het toestel ging dus meer dan vijftig jaar mee, hoewel het is ontworpen in een tijd dat CAD/CAM niet bestond, computers zeldzaam waren en aerodynamica nog in de kinderschoenen stond. Dat geldt voor veel producten; ontwerpen moeten letterlijk een leven lang meegaan. En dat is voor speeltoestellen en speelplekken niet anders. Wie nu een nieuw speelplek of -toestel ontwerpt, doet dat voor de lange termijn. Het toestelontwerp zelf (of de series erna) is gebaseerd op een prototype dat nu op de tekentafels ligt. Ook een speelplek zal lang op dezelfde locatie liggen. Zowel voor toestel als plek geldt dan: er moet nu al nagedacht worden over de lange termijn, waarbij circulariteit een cruciale rol gaat spelen. Toch concludeert Elske Oost-Mulder dat het speelveld daar nog nauwelijks mee bezig is. 'Ja, er wordt wel nagedacht over duurzaamheid. Ja, fabrikanten kijken of ze milieuvriendelijker kunnen produceren. En ja, ambtenaren worden door de burger steeds vaker aangespoord om te werken aan een leefbare en levensloopbestendige wijk. Maar dat betekent niet dat er echt circulair wordt gedacht. Dat is vaak nog een ver-van-mijn-bedshow. Wie over spelen in de toekomst nadenkt, moet zich eigenlijk nu al voorstellen dat het 2050 is.'

Overheid

Concreet: wat zegt de overheid? De vraag naar grondstoffen voor bijvoorbeeld de voedselproductie, elektrische apparaten, kleding, maar ook speelvoorzieningen neemt wereldwijd sterk toe. Daarom werkt de overheid samen met het bedrijfsleven, kennisinstituten, natuur- en milieuorganisaties, vakbonden, financiële instellingen en andere maatschappelijke organisaties om zuiniger en slimmer met grondstoffen om te gaan. Het doel: Nederland volledig circulair in 2050. Het kabinet heeft drie doelstellingen geformuleerd om de Nederlandse economie zo snel mogelijk circulair te maken als het gaat om nieuwe producten:

1. Bestaande productieprocessen maken efficiënter gebruik van grondstoffen, zodat er minder grondstoffen nodig zijn.

2. Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen, zoals biomassa, dat is grondstof uit planten, bomen en voedselresten. Dit maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele bronnen en het is beter voor het milieu.

3. Er worden nieuwe productiemethodes ontwikkeld en nieuwe producten worden circulair ontworpen.

Het kabinet trekt ook 40 miljoen euro uit voor het versnellen en opschalen van de circulaire economie. Dat geld gaat onder meer naar concrete circulaire initiatieven van mkb'ers, maar de ervaring leert dat subsidiebudgetten al snel overvraagd worden.


Onder aan de R-ladder

In de wereld van de circulariteit wordt vaak gewerkt met de zogenaamde R-ladder: van refuse en rethink tot repair en recycle. Boven aan deze ladder staat het verminderen van consumptie en productie en het slimmer maken en gebruiken van producten. In het midden staat het verlengen van de levensduur van producten en onderdelen. Onderaan staat het nuttig toepassen van materialen die anders gestort zouden worden.

Arjan Vreugdenhil: 'Áls onze speelbranche al circulair denkt, staat men vaak nog onder aan de R-ladder. Natuurlijk gebeurt er wel wat, maar voordat we boven aan de ladder staan, moet er echt nog heel veel gebeuren. Het verbranden van hout in een biomassacentrale zodat het energie oplevert, is toch echt wat anders dan circulair denken zoals de overheid dat bedoelt.' Een goed voorbeeld van hoe het kan, is volgens Arjan Vreugdenhil het gebruik van grondstoffen uit andere kringlopen om daar speelvoorzieningen van te maken. Maak van een reststroom een speelobject. Of andersom: maak van een afgeschreven stalen speeltoestel een verkeersbord. Dan vermeerder je de waarde en verminder je het beroep op natuurlijke grondstoffen. Want die raken echt een keer op. Nu al zie je dat diverse landen grondstoffenoorlogen voeren.' Het is vaak een kwestie van out of the box denken, zegt Arjan Vreugdenhil. 'Je kunt natuurlijk een plastic of metalen klimtoestel maken, maar je kunt als gemeente ook naar een kweker gaan en zeggen: ik wil een paar klimbomen van je. Je bereikt er dezelfde speeldoelen mee (klimmen voor kinderen) én het is goed voor het klimaat. We moeten veel meer bezig zijn met klimaatadaptatie, rekening houden met de biologische kringloop, ons realiseren dat grondstoffen eindig zijn en we voor onze kinderen een wereld willen waarin de kringloop gesloten is. Het gaat uiteindelijk om de toekomst van onze kinderen. Die hebben recht op een duurzame wereld.'


Indicator circulaire speelruimte

In gesprekken met speelambtenaren signaleert Oost-Mulder wel een verandering in de richting van circulair denken en duurzaam opereren. 'Tijdens inloopavonden voor buurtbewoners over nieuwe speelplekken komt de wens van duurzaam wel naar voren. Ook producenten van toestellen zijn ermee bezig. Het besef groeit, al denken sommige betrokkenen dat je er wel bent met een milieuvriendelijk laagje verf of een toestel van hout in plaats van plastic of staal. Ook groeit het besef maar langzaam en is het soms niet helemaal realistisch. Zo blijkt de R-ladder in de praktijk niet altijd een handig instrument. Ook OBB liep vast bij het uitwerken van de R-ladder voor speelruimte. Die geeft weliswaar een beeld van de mogelijkheden en onmogelijkheden en van waardevermeerdering, maar veel sociale en onderhoudsaspecten blijven buiten beeld. Veel gemeenten weten eigenlijk helemaal niet waar ze staan.' Oost-Mulder helpt hen om dat inzicht te verkrijgen met de


Indicator circulaire speelruimte.

Vijftig bepalende aspecten met betrekking tot spelen en circulariteit zijn daarin uitgewerkt, om inzicht te geven in de circulaire strategieën waarin geïnvesteerd wordt: benutten we wel het beschikbare? Gebruiken we het hernieuwbare? Hoe dicht zijn we eigenlijk bij het 2050-denken? De indicator is niet zozeer een label of keurmerk, maar geeft inzicht in de gehanteerde circulaire strategieën in een project. De komende tijd nodigt OBB gemeenten, leveranciers en ontwerpers uit om tijdens een indicatoradviesgesprek de vijftig indicatoren langs een project leggen. Na dit gesprek krijgt men de indicatoren en de bijbehorende officiële genummerde stempel voor het project.


Zevenmijlslaarzen

Elske Oost-Mulder: 'Naar aanleiding van de kennisdag circulaire speelruimte en de pilots circulair vervangen hebben we diverse gesprekken gevoerd met beleidsambtenaren die zich met spelen bezighouden. Met de indicator in de hand is de conclusie steeds weer tweeledig. Er worden wel stapjes gezet, maar feitelijk zijn er zevenmijlslaarzen nodig. Vaak schrikken betrokkenen als ze zien waar ze heen moeten en zich realiseren hoe beperkt circulair ze bezig zijn. De meesten zijn wel van goede wil, maar weten niet precies wat er bij volledig circulair denken komt kijken. Het is vaak een eyeopener. Als ze de indicator invullen, wordt pas inzichtelijk hoe circulariteit werkt en hoe dichtbij 2050 al is. Als je bedenkt hoe een nieuwe speelplek nu ontworpen moet worden en hergebruikt kan worden als hij afgeschreven is, kun je maar tot één conclusie komen: het jaar 2050 is al begonnen.' Het mooie van het 2050-doel van de overheid is dat beleidsambtenaren ten opzichte van wethouders echt iets in handen hebben om duurzaamheid concreet te maken. Arjan Vreugdenhil: 'Het gaat niet om een persoonlijke hobby van een medewerker, maar om urgent beleid. Als je daarmee naar een wethouder gaat, moet die wel actie gaan ondernemen.'


Kennisverspreiding

Om de urgentie van circulaire speelruimte bij alle betrokkenen tussen de oren te krijgen, organiseerde OBB in mei 2019 de goed bezochte kennisdag circulaire speelruimte. In 2020 is met drie gemeenten (Katwijk, Rucphen en Heerenveen) een eerst pilot circulaire aanpak bij speelruimteprojecten gedraaid. Tijdens dit traject is de indicator door OBB ontwikkeld en door de gemeenten getest. In 2021 worden deze projecten uitgevoerd. Er is in 2021 weer ruimte voor drie nieuwe pilotgemeenten. Op 10 december 2020 wordt de webbijeenkomst indicator circulaire speelruimte georganiseerd (zie kader).


Webbijeenkomst project indicator circulaire speelruimte

Voor iedereen die circulair aan de slag wil met speelruimte, legt Elske Oost u in vijftien minuten uit wat de basisprincipes van circulaire speelruimte zijn en welke strategieën je daarbij kunt hanteren. Het vertrekpunt hierbij is Nederland circulair in 2050.
Daarna laat Arjan Vreugdenhil in vogelvlucht de indicatoren in de strategieën zien en legt hij van een aantal uit hoe ze kunnen worden toegepast of geïnterpreteerd in een project. Daarna is er gelegenheid om vragen te stellen.

Deelnemers aan deze webbijeenkomst krijgen een korting van € 75 op het eerste indicatoradviesgesprek* over hun circulaire project.

Praktisch:
Wanneer: 10 december 2020, 15.30 uur
Inloop: 15.30 uur
Start: 15.45 uur
Afsluiting: 16.30 uur
Kosten: € 0,00
Waar: MsTeams (web en app)
Scan de QR-code of ga naar https://tinyurl.com/Circulaire-speelruimte
Organisatie: OBB ingenieursbureau
Sprekers: Arjan Vreugdenhil, stedenbouwkundig speelruimteontwerper
Elske Oost-Mulder, speelruimteadviseur

* Het indicatoradviesgesprek duurt een uur. In dit uur leggen we samen de vijftig indicatoren langs het project. Daarna ontvangt de deelnemer de vijftig indicatoren en de officiële door OBB genummerde stempel 'Indicator circulaire speelruimte', zodat precies gezien kan worden in welke strategieën is geïnvesteerd in het betreffende project.

Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd.   LOGIN   of maak gratis een account aan.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel

Tip de redactie


ONDERDELEN
Archief
Dossiers
GIP
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER